Dagwoord: Zijgen

ineengezegen door gebroken hartZijgen is niet alleen aan mensen of dieren voorbehouden. In de betekenis van zakken of dalen kan het ook door stoffelijke zaken worden gedaan, bijvoorbeeld zweet dat zijgt langs de leden. Een vloeistof kan je door een doek of filter laten zijgen om het te zuiveren.  De Brusselaar Prosper van Langendonck (1862 - 1920) beschreef begin vorige eeuw het woud in een gedicht van 186 verzen. Met de eerste regel is de toon gezet:
'k Ging eenzaam door de diepten van het woud.

Op tweederde van het gedicht komt het zijgen van dauw:

Nu schijnt het weeke nevelwaas te wijken
voor fijne tintling van steeds warmer glans,
dan weer dees flauwe klaarheid te bezwijken,
doodbloedend op die bleeke nevelschans,
terwijl de dauw, van blad tot blad gezegen,
eentonig drupt in stillen tranenregen.

Het gedicht ademt een wonderlijke schoonheid uit die het de volle lengte weet aan te houden. Wie het helemaal wil lezen, klikke hier.

Is bij vloeistoffen simpelweg de zwaartekracht die ze doen sijpelen en druipen, bij de mens en het dier is vooral de onmacht die ze ter aarde doet gaan. Dat nedervallen moet wel langzaam gebeuren. Dat is een belangrijk kenmerk. Wie van een gebouw af springt, zijgt nimmer. Hij stort, klettert of valt zijn ongeluk tegemoet. Het ineenzijgen mag niet te licht worden opgevat. Het moet niet alleen langzaam gaan, maar ook niet te ruw. Anders praten we toch liever over 'ineenzakken'. Het gebruik van het woord 'ineenzijgen' is misschien daarom vooral bij dichters te lezen.
Neem bijvoorbeeld de jong gestorven Zeeuwse dichter Jacobus Bellamy, 1757 - 1786, die als anakreontist eenvoudige, niet pompeuze gedichten schreef. In 1782 komt zijn bundel "Gezangen mijner jeugd" uit, met daarin het gedicht "Ongelukkige liefde". Rijmdwang is in de anakreontische richting uit den boze, al zal men rijm niet kost wat kost vermijden. In onderstaand deel uit "Ongelukkige liefde" was dat ook niet nodig...

 'k Fluisterde; gij zijt mijn meisje!...
      en zij lispte: 'k ben voor u!!...
 'k Zeeg, door blijdschap overwonnen,
      op heur' zagten boezem neêr.
 Eindlijk gaf een teder kuschje