Dagwoord: Wambuis
In
het soms wat kille klimaat aan de Noordzeekust is kleding voor de mens een noodzaak.
Die beschermende laag heeft de nodige benamingen, die net als de kledij aan
mode onderhevig zijn. Wie draagt er tegenwoordig nog een 'wambuis', 'boezeroen',
'kamizool', 'tuniek' of een 'paltrok' om de borstkas? Het zijn allemaal hemdachtige
omhulsels van geweven stof. De een is wat langer dan de ander en ze zijn uitgevoerd
met of zonder kraag en met of zonder lange mouwen. Het bovenlijf wordt tegenwoordig
echter eerder gesierd door een 't-shirt', 'polo', 'trui', 'sweater', 'vest',
'pullover' of desnoods een 'blouse'.
'Wambuis' is afgeleid van het Latijnse 'wambasium', menen de meeste ethymologen.
En dat Latijnse woord is weer afkomstig van het Germaanse 'wamba', dat 'buik'
betekent en door het kledingstuk wordt bedekt. De 'paltrok' is een ruim hemd
dat met een riempje om het middel bijeen wordt gehouden. Daardoor staan de slippen
op de heupen wijd uiteen. Het lijfje was populair in de veertiende en vijftiende
eeuw, maar verloor later zijn charme. Een bepaald soort houtzaagmolen heeft
de klokvorm van zo'n paltrok en wordt daarom ook zo genoemd.
De oude benamingen zijn natuurlijk niet allemaal verdwenen. 'Hemd' is in verschillende
spelllingen (en samenstellingen: 'onderhemd', 'overhemd') van alle tijden. De
grondvorm van het woord zou te herleiden zijn tot de betekenis van 'omhulling'
en 'bekleding'. Sommige namen ogen hedendaags, maar zijn gedateerd. Wie nu nog
een 'overgooier' draagt, maakt daarmee duidelijk dat hij in de jaren zestig
is blijven steken. Andere rompbedekkingen zijn 'borstrok' (een dik, kriebelend
onderhemd voor de winter), 'kiel' (in de samenstelling 'boerenkiel' nog steeds
en vooral met carnaval populair), 'spencer' (trui met v-hals zonder mouwen)
en een 'slipover' (pullover zonder mouwen en dus een spencer). Ook wordt wel
eens de stofnaam of de gebruikte weeftechniek tot kledingnaam verheven. Voorbeelden
daarvan zijn 'tricot', 'interlock' en het 'wolletje'. In dit stukje staan tot
hier maar liefst 25 namen voor een kledingstuk dat onder de jas (mantel, jack,
blouson) wordt gedragen. Dat aantal is zelfs nog uit te breiden met woorden
als 'singlet', 'hesje', 'jumper' en 'bolero', maar volledigheid is in deze onmogelijk.
Morgen is er weer een nieuw kledingstuk in de mode.
Lévi Weemoedt beschrijft in zijn gedicht 'Zuster Lenin' uit de bundel
geduldig lijden van 1977 een jeugdlief, die hem later tegenvalt. Een fragment:
Haar blonde krullen zijn aanmerkelijk
vetter,
en gek: dat flink stuk blote rug en kont,
dat, als ze neerhurkt op de grond
de aandacht vraagt, doet mij geen spetter.
Haar frisse jurkjes vroeger wel:
wat was ze proper!
Borstrok en kamizool: wel werk voor twee,
maar eenmaal uitgepakt bezat ik haar privé.
En nu heeft heel de jonglingschap een loper.