batsen - 'bats'
betekent ook 'bil' en dan ligt het gebruik voor de hand.
bed gaan met,
naar - nog steeds het favoriete plekje.
bedrijven van
de liefde - zakelijke omschrijving met mooie woorden.
bekennen - bijbels
taalgebruik.
beslapen - ouderwets,
maar degelijk verwoord.
beurt geven/krijgen
- platweg.
bijliggen -
een beetje duf.
bijslapen -
slapen is er niet vaak bij.
bijwaken - duidelijker
dan bijslapen. Uit Collignons boekje 'Een
kleine hamer, fel gedreven...'
over Huygens en zijn sneldichten deze herwerking uit 1675:
VAN AGNIET EN HAER DOCHTER
Bijslapen, riep Agniet (en streedt haer'
dochter aen)
You vuijle lichtekoij, hoe dorst je 't stick bestaen?
Ye doolt al, en ije bent verabbeseert , seij 't Hoertje;
'tWas
gien bijslapens werck, bijwaeckens was het, Moertje.
MOEDER EN DOCHTER
Heb je weer met hem geslapen, zei moeder
boos,
Hoe durf je in godsnaam, jij domme hoerendoos.
Maar moe, je
hebt het helemaal fout, zei de stakker,
Slapen was er echt niet bij,
ik was gewoon wakker.
bil gaan, van
- daar in de buurt.
billen vullen
- plastisch verwoord.
binnensbeens
spelen - mogelijk een woordspeling op 'buitenbeens', dat betekent dat je
het rechte pad verlaat. Het 'buitenbeentje' is dan ook van oorsprong een
buiten de echt verwekt kind.
bonken - in
twee betekenissen gelijk aan 'neuken'.
bonzen - zie
'bonken'.
bruien - plat
zeventiende-eeuws; in die tijd werd ook de verwensing 'brui je moer!' gebruikt,
wat erg lijkt op het Amerikaanse 'motherfucker'.
cohabiteren
- neuken voor geleerden.
coïre -
deden ze in de klassieke oudheid.
coïteren
- neuken voor pseudo-geleerden.
copuleren -
niet van de straat.
dekken - beschrijving
van de positie.
dippen - met
een zakje chips er naast.
doppen - en
niet de boontjes.
emmeren - ook
sodomie met merries.
fietsen - waarschijnlijk
vanwege de trappende beweging.
fleppen - oorspronkelijk
smakkend geluid maken, daarvan afgeleid.
flikken - van
iets oplappen; lijkt daardoor in dubbelzinnig opzicht op 'naaien'.
foetelen - wellicht
afgeleid van het Franse 'foutre' dat 'doen' betekent.
fucken - op
z'n Engels.
futuere - de
Romeinen komen!
gemeenschap
hebben - netjes.
geslachtsgemeenschap
hebben - duidelijker kan haast niet.
het doen - 'foetelen'
dus.
hijliken - Bredero's
Spaanschen Brabander Jerolimo, deel vier:
Waarom sou ick aers vryers
en wenaars anbouwen?
't Is sulcken volckjen! Sy willen wel hylicken,
maar niet trouwen.
hompelpompelen
- versjes uit de negentiende eeuw beschrijven hoe hompelpompend de pompel
van een bruigom gedompeld werd in de hompel van de bruid.
hompiekurken
- 'hompen' betekent 'stoten', maar wat de kurk doet? Een vorm van anti-conceptie?
hossebossen
- een verlengde vorm van 'botsen', wat de betekenis vereenvoudigt.
inkomen (ww)
- samengesteld uit 'in' en 'komen'.
insteken - een
betere, maar ook saaiere beschijving is niet mogelijk.
jenzen - de
eerste betekenis is 'snel en haastig tekeer gaan', de tweede betekenis volgt
daar uit voort.
ketsen - 'stuiteren',
dus niet 'stuiten'.
kezen - een
'kees' is een tabakspruim, een 'pruim' is een kut, ergo neuken...
kieren - vermoedelijk
vanwege de kier.
kloppen - wordt
vooral van honden gezegd. En dat is maar goed ook.
kofferen - de
koffer (het bed) induiken met iemand en niet om te slapen.
krikken - een
'krik' is een dommekracht waarmee iets zwaars kan worden opgetild door pompende
bewegingen. En 'pompen' kennen we.
minnen - van
het oude woord 'min' voor liefde.
misbruiken -
verkeerd.
naaien - met
stoten en steken.
natureren -
quasi beleefd de natuur volgen.
neuken - stoten,
verwant met het Engelse 'to knock'.
nummertje maken
- licht anders dan een nummertje trekken.
oudste beweging
maken - lijkt logisch voor creationisten.
overheen gaan
- het is eigenlijk wat diepgravender.
palen - ligt
voor de hand.
paren - de meest
gebruikelijke neutrale Nederlandse term.
pennen - zie
palen.
pezen - 'pezen'
is eigenlijk 'hard werken' en in peeskamertjes wordt hard gewerkt.
piepekrassen
- beschrijft het erbarmelijke geluid van een viool in de handen van een
amateur en heeft ook de scabreuze betekenis van het vedelspel overgenomen.
pierlepompen
- 'pierlen' is spelen en dan met pompende beweging.
pimpernellen -
van de 'pimpernel', een minder bekend keukenkruid; maar waarom de schelmse
betekenis? Misschien omdat 'pimpen' 'kleine rukjes geven' betekent?
pimportelooien
- grappige samenstelling waarvan de achtergrond onbekend is. Het is
te gewaagd om hier het 'pimp' (rukje) en 'ortolaan' als lief vogeltje/meisje
te combineren.
plat gaan -
maar het mag ook staand.
poepen (Vlaams)
- voor Nederlanders in het noorden een rare vorm omdat ze aan de WC denken,
maar het is een afleiding van 'poppen' in de betekenis van 'spelen'; hier
in het bijzonder het 'minnespel'.
poereloeren
- lijkt een verlenging van 'poeren', dat 'wriemelen' kan betekenen, zeg
maar jeugdseks.
poes gaan, op
de - 'poes' is het huidige woord voor kut. Het oude woord was 'kous'. In
1639 schreef de Amsterdammer Tengnagel over 'kousen die werden gelapt met
een naald zonder draad'.
pompen - variant
op 'neuken'.
pruimen op sap
zetten - door een leukerd verzonnen.
punt zetten
- maar er ook een punt van maken.
rampetampen
- het zit in de herhaling.
rijden, iemand
- toch fietsen?
rijen - idem
als 'rijden', maar wordt vooral voor kleine hitsige reutjes gebruikt.
rollebollen
- begint onschuldig.
roompotje roeren
of peilen - onsmakelijke vergelijking.
samenkomen -
en liefst tegelijk...
seksen - als
je het geslacht van de ander al weet.
slapen met -
toch maar wakker blijven.
soppen - is
verwant met 'zuipen' en dat gaat niet samen in veronderstelde betekenis.
spelen - de
eerste betekenis van 'spelen' is plezier maken, dus...
troeven - de
'winnende kaart uitspelen', da's mooi vergeleken. Deze term werd veelal
in de zeventiende eeuw gebruikt.
vedelen - is
eigenlijk 'viool (vedel) spelen', maar omdat 'vedel' in verre vroegere jaren
ook synoniem aan het vrouwelijk schaamdeel was, en - oh verwarring - 'vede'
het mannelijke, is 'vedelen' synoniem aan neuken.
veeg geven of
krijgen - 'vegen' is een herhaaldelijke beweging.
verenen - samenkomst.
verenigen -
zie 'verenen'.
verkrachten
- als het met geweld moet. Maar het moet nooit!
verkwikken -
toch raken sommigen er vermoeid van.
veteren - soort
'naaien', maar dan met een dikke draad.
veugelen - komt
van 'vogelen' en wordt in zijn ogenschijnlijk dialectische vorm nog steeds
breeduit gebruikt. Al in de zestiende eeuw stond de vogel voor de vrije
liefde. Een leeg vogelkooitje op een schilderij gaf aan dat de maagdelijkheid
was verloren. Op een zilveren tabaksdoos uit de zeventiende eeuw stond wel
eens: 'Het Vissen is goet, Maar 't Vogelen wel zo zoet'. 'Vissen' was in
die tijd synoniem aan masturberen en 'vogelen' aan neuken.
vinken - als
je er voor betaalt. Op de afwerkplek dus.
vleselijk vermengen
- dan heb je toch geen zin meer?
vogelen - zie
'veugelen'.
vossen - waarom
Reintje er bij betrokken is, weet niemand. Z'n dikke staart?
vrijen - het
woord is verwant aan 'vriend' (en dus 'vriendin').
wetten van je
mes - moet de herhaalde beweging zijn om het mes scherp weer in de schede
te steken.
wippen - op
en neer gaande beweging.
wippenstein
gaan, van - ist klar?
wippertje maken
- wippen.
wipperwappen
- verlenging van 'wippen'.
zitten - door
de bijzit.
zomen - van
een zoom voorzien; toch weer dat 'naaien'.
zwansen - met
de 'zwans' (penis) aan het werk zijn.
Terug naar het begin