Dagwoord: Vermeien

Jack Kerouac is cult uit de beat-bewegingIn de maand mei leggen alle vogels een ei (een enkele uitgezonderd) en de mens gaat de natuur in om zich... inderdaad, te 'vermeien'. Deze afleiding van een maandnaam is ontstaan ver voor de mensheid zich zorgen maakte over het broeikaseffect. Overigens is 'mei' weer vernoemd naar de Jupiter Maius, de god die groeikracht brengt. De naam is in onze contreien al sinds de Middeleeuwen in gebruik voor de bloeimaand, zoals deze maand van 1808 tot 1810 verplicht moest worden genoemd. Wie weet dat 'vermeien' van de maandnaam mei' is afgeleid, heeft (ondanks de langzaam ingesleten verruiming van de betekenis tot 'verlustigen') onwillekeurig wel eens moeite met het gebruik.
Een voorbeeld van het gebruik dat volledig is losgezongen van de oorsprong, is te vinden in de roman, die bij uitstek de zogenaamde Beat-beweging in de Amerikaanse jaren vijftig vertegenwoordigt: 'On the Road' uit 1957 van Jack Kerouac. Door deze roman is Kerouac uitgegroeid tot een cultfiguur, die netjes is bijgezet in de literatuurgeschiedenis. Hier een fragment in een vertaling van Guido Golke.

De bus trok al kreunend de Gropevine Pass door en toen kwamen we in de grote onregelmatig verspreide lichtvlekken terecht. Zonder tot een bepaalde afspraak te komen begonnen we elkaars hand vast te houden en op dezelfde manier werd zonder iets te zeggen het schone en pure besluit genomen dat ze, als ik in Los Angeles mijn hotelkamer had, bij mij zou blijven. Ik hunkerde helemaal van verlangen naar haar; ik leunde met mijn hoofd in haar prachtige haar. Haar schoudertjes maakten me gek; ik knuffelde haar aan één stuk door. En ze vond het heerlijk. 'Ik ben dol op de liefde,' zei ze, de ogen sluitend. Ik beloofde haar een mooie liefde. Ik vermeide me in haar. Onze verhalen waren verteld, we zonken in stilzwijgend en heerlijke op de gebeurtenissen vooruitlopende gedachten weg.

Wie het vrolijke lied 'Marije' van Ramses Shaffy kent, proeft iets van de oerbetekenis van 'vermeien'. En hier is de liefde tegelijkertijd minder wanhopig.

Marije

Op het het land, in de wei en
in de bossen, op het strand
wil ik mij nu gaan
vermeien
met Marije aan m'n hand.
Mijn Marije is zo mollig,
is zo wollig, is zo zacht.
Mijn Marije is zo dollerig
en snollig in de nacht.

Hosja, hup Marije.

Op het water, in de plassen
in de regen, in de wind
wil ik mijn Marije wassen
omdat zij dat lekker vindt.
Ik wil mijn Marije versieren,
ik tooi mijn Marije bont.
Duizend rozen, anjelieren,
duizend kussen op haar mond.

Hosja, hup Marije.

Ik laat mijn Marije hollen
door de golven van de zee.
Daarna door de duinen rollen.
Ach Marije, ik neem je mee.
Mijn Marije in de hei,
in de klei zo moddervet.
Mijn Marije in de wei,
mijn Marije in m'n bed.

Hosja, hup Marije.

                                     Ramses Shaffy