Dagwoord: ulevel
Dit liedje is voor de Tweede Wereldoorlog geschreven door Jacob Hamel, de dirigent van het kinderkoor van de A.V.R.O. Hij en zijn koor kluisterden in de jaren voor de oorlog hele gezinnen aan de radio. Hamel, die in 1883 in Amsterdam was geboren, werd in 1940 door zijn directie weggestuurd omdat hij jood was. Op 9 juli 1943 is Hamel in het vernietigingskamp Sobibor gestorven.
Jarig Jetje ging trakteren
Alle meisjes van de klas
Jetje had iets uitgekozen
Waar ze zelf zo dol op was
Ulevellen
bracht ze mee
Ieder
kreeg er minstens twee (bis)
Maar jawel, een stroom vriendinnen
Kwam ons Jetje tegemoet
Met de allerbeste wensen
Werd de jarige begroet
En ze vroegen, nog al glad,
Wat of Jet in 't zakje had (bis)
Ulevellen?
Even proeven,
Eentje
kwam er niet op aan
Nog
één... Jetjes ulevellen
Gingen
zoetjes naar de maan
En
de klas, een gek geval,
Kreeg
warempel niemendal! (bis)
Ulevellen zijn platte suikersnoepjes, die nu helemaal uit de gratie zijn. Ze hebben het onderspit moeten delven in de overdaad aan zoetwaren met welluidende namen als: winegums, autodrop, zoethoudertjes, gomballen, smulbeertjes, smily's, fruitgums, bananas en nog veel meer tandentergend suikergoed. Bovendien worden op verjaardagen in de schoolklas al sinds jaren nog maar weinig echte zoetigheid uitgedeeld. Heel verantwoord gaat de jarige rond met suikervrije kauwgum, fruit en een doosje worteltjes - "pak er nog maar een, hoor".
Er zijn meer oude snoepnamen
die nog maar zelden worden gebruikt. Wie kent nog de jujubes? Dat zijn gomachtige
zoete plakjes met een weinig doordringende smaak. Wijnballen zijn ook niet meer
erg populair. Dat waren ze in het verleden alleen niet bij de ouders vanwege
het grote vlekgevaar. Kokinjes zijn verworden tot kokindjes vanwege de associatie
van snoep met jeugd, maar het is de vraag of ze het daardoor zullen redden.
De borstplaat en bijbehorende suikerbeesten wordt alleen rond 5 december gegeten.
De babbelaar, liefst met roomboter, is eveneens zeldzaam geworden. Ook de stroopsoldaatjes
hebben het gevecht verloren. Een stroopsoldaatje is een in vetvrijpapier verpakte
pegel van gestolde suikerstroop met een smaakje. Zeer slecht voor vullingen,
in het bijzonder voor loszittende vullingen
Gelukkig zijn er nog zoete zekerheden van alle jaren, zoals de toffee (heel
vroeger caramelbrok geheten) en het muntdrop.
De ulevel heeft een bijzondere plaats in dit geheel. De naam zou zijn afgeleid van 'ulivella', de olijf en wel van de gesuikerde variant. Het snoepje werd verpakt in een papiertje met een rijmpje van niet altijd even goede kwaliteit. Ulevellenpoëzie staat daarom voor poëtisch broddelwerk. Multatuli laat Batavus Droogstoppel in de Max Havelaar een tirade tegen de poëzie houden. Daarin wordt dichtwerk afgezet tegen ivoordraaien.
Of denkt ge dat myn huishouden iets minder wel geregeld is, dan het wezen zou als ik voor zeventien jaar myn meisjen in verzen gezegd had dat ik haar trouwen wilde? Gekheid! Ik had dit toch even goed kunnen doen als ieder ander, want verzenmaken is een ambacht, zeker minder moeielyk dan ivoordraaien. Hoe zouden anders de ulevellen met deviezen zoo goedkoop wezen? - Frits zegt: "Uhlefeldjes" ik weet niet, waarom? - En vraag eens naar den prys van een stel billardballen!
Dat 'Uhlefeldjes' in de hier aangehaalde tekst is de opmaat naar een elders verwoordde theorie dat een vrijgevige Deense diplomaat Uhlefeldt zijn naam heeft geleend aan deze snoepjes, waarop hij veel zou hebben getrakteerd.
Misschien dat door
de rijmende verpakking de ulevel zo veel wordt bezongen. Eduard Jacobs, die
leefde van 1868 tot 1914, is één van de tekstdichters die de ulevel
hebben aangegrepen om kritiek op de maatschappij te uiten. Jacobs wordt algemeen
gezien als de eerste Nederlandse cabaretier. Hij was diamantbewerker van origine,
maar koos het muzikale pad nadat hij tijdens een verblijf in Parijs kennis had
gemaakt met de cafés chantants aldaar.
Hij schreef vele prikkelende teksten. In het laatste couplet van het hier aangehaalde
lied wordt verwezen naar de gewoonte om ulevellen in rijmpjes te verpakken.
Poezie en proza, een
afscheidsbrief
M'n vriend, ik laat je hierbij weten
Al vind je dat misschien heel naar
Dat van ons trouwen niets kan komen
We passen heus niet bij elkaar
Ik blijf als dichter je
vereren
Maar als ik je trouwde had ik een strop
Want met z'n tweeen armoe lijen
Het komt niet in m'n hersens op
'Je zoudt me op de handen
dragen'
Schreef je me in je laatste brief
Dat is voor een enkel keer wel aardig
Maar een auto is me wel zo lief
'Je ziet een hemel in
m'n ogen'
Dat klinkt heel prachtig in een lied
Maar het moet een rare hemel wezen
Wanneer je scheel van honger ziet
'Je vindt m'n gouwe blonde
lokken
Het schoonste sieraad van de vrouw'
Maar ik betwijfel of de lommerd
Daarop een daalder lenen zou
Jij hebt genoeg om te
souperen
'Aan sterrenglans en maneschijn'
Geef mij maar een douzijntje oesters
Met 'n glasie lekk're moezelwijn
'Je wilt me een koningsmantel
weven
Van avondrood en zonnegoud'
Dat is heel mooi, maar beste jongen
Op den duur is het me te koud
Je schrijft me dat je
altijd 'rozen
Wilt strooien op m'n levenspad'
Maar vriend, je staat nu al zo lelijk
Bij de bloemisten in de klad
Voordat je mij kunt onderhouwen
Gaat er misschien tien jaar voorbij
Zo lang kan ik onmogelijk wachten
Wacht jij dus liever maar op mij
Schrijf jij maar verzen
en sonnetten
Misschien krijg je m'n man tot klant
Want dezer dagen ga ik trouwen
Met een ulevellenfabrikant
Als
toetje nog een recept uit 1778 voor ulevellen:
Neemt witte zuiker, kookt die
met het aftrekzel van klapper-roosen, en geraspte citroen-schil, al roerende
tot dat hij stijf begint te worden, doet hem dan op papier in kleine brokjes,
en laat ze droogen.
Voor de klapper-roosen en de citroenschil kan ook een andere smaakextract worden
genomen. Neem zo weinig mogelijk water om het indikken niet te lang te laten
duren. Kijk wel uit met het dikke suikerwater. Dat is ontzettende heet. Nu nog
een rijmpje op een wikkelpapiertje en klaar! Als suggestie:
Deez' ulevel is zoet
zoals jij ook zijn moet.