Dagwoord: Temen

Temen is een zeurderige en lijmerige manier van spreken, zo leggen de woordenboeken uit. Wie naar vindplaatsen voor dit woord zoekt, komt buitensporig vaak terecht bij teksten die een pornografisch karakter hebben. "Nog een keer, teemd (!) ze met haar nog natte mond", is dan te lezen. De opwinding die deze pennenvrucht teweeg moet brengen, wordt kennelijk niet uitgelokt door de taalvaardigheid waarmee dit stijlbloempje is geschreven.

In De Taalgids van 1862 schrijft de taalkundige Te Winkel (die een jaar later samen met Matthias de Vries de spellingsvoorschriften uitbrengt) over de schrijfwijze van de klank 'a' in woorden als 'haar', 'baas' en 'laars'. De vraag die voorlag was of de juiste schrijfwijze 'ae' of 'aa' moest zijn. Hij zet daarvoor de vele verschillende argumenten in het toenmalige heden en verleden op een rij. Zo schrijft hij:
"De langere a was eene harmonieuse golving en geen op dezelfde hoogte aangehouden klank. Onze muzikale voorvaderen hoorden dat duidelijk en schreven dus van de vroegste tijden af bestendig ae, gelijk zij spraken áe. Hetzij men die a-e in ga-en gescheiden en langzaam uitsprak, hetzij versneld en de beide vocalen aan elkander versmolten, altijd kreeg men den waren klank der verlengde Nederlandsche a. Daarentegen gaf ga-an, hetzij gescheiden en langzaam, hetzij versneld uitgesproken, steeds den gapenden en raauwen gorgeltoon van het gemeen te Amsterdam."
Hier lijkt een voorkeur voor de 'ae', maar even later schrijft de goede Te Winkel: "Indien aa aanleiding kan geven tot schreeuwen, ae kan oorzaak zijn van eene temende en slepende uitspraak: Baaës, Klaaës slaaët me met een laaërs.
Ik meen derhalve, dat beide schrijfwijzen nagenoeg even goed, of liever, nagenoeg even gebrekkig zijn; men moet bij de eene zoowel als bij de andere iets toegeven."

Zijn uiteindelijke conclusie luidt dat het 'aa' moet zijn. Dat is consequenter als je kijkt naar de verlenging van andere klinkers, vindt de man die de grondlegger werd van de moderne spelling.