Dagwoord: Subiet

balDit woord komt op het eerste gezicht nog veel voor, maar bij nadere bestudering blijkt dat vooral in het Nederlands van Brabant en Vlaanderen te zijn. Gelukkig is het ook elders nog een enkele keer waargenomen. In het tijdschrift 'Hard gras' (voor voetballiefhebbers die ook willen lezen) van 2 december 1994 heeft Ronald Giphart een warm verhaal geschreven met de alleszeggende titel:

"De dag dat ik een verhaal wilde schrijven over het voetbalverleden van mijn vader

Ik was van plan een verhaal te schrijven over het voetbalverleden van mijn vader, maar mijn vader zei licht-cynisch dat hij daarover zelf al had geschreven in het manuscript dat ik nog van hem had liggen: ``Je weet het misschien nog wel, mijn oorlogsherinneringen.''

Mijn vader heeft inderdaad een boek geschreven: OZO of wat de pot verder schaft, de belevenissen van een oorlogskleuter. "Waar niemand ooit ook maar de geringste belangstelling voor heeft getoond," aldus mijn vader, enkele jaren na de voltooiing ervan. En dat is waar. Een paar jaar geleden, toen ik mijn vader vertel de dat ik zou gaan debuteren met een roman, heeft hij mij het manuscript over zijn oorlogsjaren gegeven met de opdracht `er iets mee te doen' en het `eventueel onder te brengen bij een uitgeverij'. Ik was te druk toen, te veel bezig met mijn eigen dingetjes en tekstjes, en ik heb mijn vaders boek ergens bewaard waar ik het nu niet meer kan vinden. Ook mijn stiefmoeder en stiefzusje (ja, 't is net een sprookje) schijnen niet bijster in mijn vaders oorlogsbelevenissen geïnteresseerd te zijn geweest, om maar te zwijgen van de oudcollega van mijn vader die al op de eerste bladzijde van OZO een historische fout ontdekte, waarna hij subiet stopte met lezen. Deze reacties lieten mijn vader redelijk ijskoud, want hij had het boek, beweerde hij onaangedaan, toch uitsluitend voor zichzelf geschreven (en om te leren werken met zijn computer).

Een paar maanden nadat ik gedebuteerd was, mocht mijn vader na veertig dienstjaren vervroegd uittreden; iets waarop hij zich volgens mij al veertig jaar had verheugd. Hij werd (en bleef) niet alleen schilder, houtbewerker, puzzelaar, weldenkend anarchist, experimenteel meesterkok, computerprogrammeur en fervent lezer, maar ook schrijver. "Bij de meeste mensen is het `zo vader, zo zoon', maar bij mij is het `zo zoon, zo vader'," zei hij, waarop hij een cursus Het Schrijven Van Verhalen bestelde bij de firma Eurodidakt. Er is in Nederland het weerzinwekkende en angstaanjagende aantal van 150.000 mensen die schrijven voor hun hobby, en vanaf toen waren dat er 150.001. De docent van de schrijfcursus was de leraar Nederlands Hans ter Mors, die lang geleden bij De Bezige Bij een verhalenbundel heeft uitgeven met de titel De dealer en de organist (waaruit in de lessen natuurlijk veelvuldig werd geciteerd).

Deze Ter Mors heeft het nog betreurd dat mijn vader zich bij zijn cursus inschreef, want mijn vader (oudvakbondsbestuur der en erg links in de jaren zeventig) was en is niet iemand die zich dingen laat voorschrijven of cursusonderdelen maakt waar hij geen zin in heeft. Vaak ging hij in discussie met de leraar Nederlands (mijn vader vond bijvoorbeeld dat het onderscheid literatuur-lectuur zo langzamerhand uitsluitend bedoeld was om leraren Nederlands aan het werk te houden) of weigerde hij strikt om bepaalde onzinopdrachten in te leveren. Zo moest hij, nadat hij volgens Ter Mors twee boeken niet voldoende had 'samengevat', de opdracht nog een keer uitvoeren. Dit pikte mijn vader niet.

..."

Dit nummer van 'Hard gras', een tijdschrift dat haast overdreven wordt geprezen, is helaas niet meer te verkrijgen. Het complete verhaal is op de website van de uitgever te lezen. Klik hier om daar te komen.