Dagwoord: Ros

goedkoop paardIn de vorige eeuw heeft het ros zijn belangrijkste taken in de mensenwereld verloren. Het dier is niet meer nodig voor het werk op het land en al helemaal niet voor het vervoer. Daarmee zijn ook veel woorden in onbruik geraakt. Zie ook bij hakkenei. In vergelijkingen, gezegdes en uitdrukkingen leeft het paard echter nog onverminderd voort.
Het 'stalen ros' is een verouderde studentikoze naam voor 'fiets' en met het 'ijzeren ros' wordt soms de 'trein' aangeduid. De oorsprong ligt voor de hand. Minder bekend is dat de term 'van zessen klaar' ook uit de paardenwereld komt. Als een paard vier goede benen had en twee goede ogen, kwam hij door de toenmalige kwaliteitscontrole. Tellen kunnen ze dus, die paardenhandelaren. Helemaal mooi was het als alle vier de onderdanen van het edele dier ook nog eens wit waren. In het zuiden van de Nederlanden hoefden in de zestiende eeuw voor deze witgelaarsde dieren geen tol te worden betaald. Ze hadden duidelijk een wit voetje. Misschien dat daarom tegenwoordig nog steeds zoveel tuigers (paarden die speciaal gefokt zijn om voor een kar te lopen) vier witte benen hebben.
'Beslagen ten ijs komen' waarmee men maar wil zeggen dat het goed is voorbereid en 'aftands' voor oud en versleten zijn ook bij menigeen bekend. Dat geldt niet voor de achtergrond van 'zwaar op de hand zijn'. Een paard dat met zijn hoofd hangt op bit en teugels, geeft de ruiter veel te dragen en is bovendien moeilijk te sturen. Je zou er somber van worden...
In veel spreekwoorden speelt het paard een hoofdrol. Hier een lijstje dat niet de pretentie heeft volledig te zijn.

Aan een dood paard trekken.
Dat kan de bruin niet trekken
Een gegeven paard mag je niet in de bek kijken.
Een paard dat stormt en een meisje dat wil trouwen zijn niet tegen te houwen.
Het beste paard struikelt wel eens.
Het beste paard van stal.
Het oog van de meester maakt het paard vet.
Het paard achter de wagen spannen.
Hier kan een blind paard geen schade aanrichten.
Ik heb honger als een paard.
Ik zoek het paard, maar ik zit erop!
Je moet je paard niet dood knuppelen voordat je thuis bent.
Men kan geen lopende paarden beslaan
Man en paard noemen.
Men moet een gegeven paard niet in de bek kijken.
Ook een raspaard schijt als een karhengst.
Over het paard getild zijn.
Paarden die de haver verdienen krijgen het niet.
Vertrouwen komt te voet, maar gaat te paard.
Het hinkende paard komt achteraan
De beste paarden vindt men op stal
Wat helpt fluiten als het paard niet pissen wil.
Wat te voet gekomen is gaat niet te paard weer weg.
Zij is over het paard getild.
Zweten als een postpaard.