Dagwoord: Prangen
Dit woord
heeft vele betekenissen. Het staat voor 'persen', 'duwen' en 'dringen', maar
ook 'knellen' en 'klemmen'. Verder wordt het gebruikt voor 'benauwen' en 'kwellen'.
In de scheepvaarttaal betekent 'prangen' dat men bij harde wind onder zeil blijft
en zo dicht mogelijk aan de wind stuurt. Heden wordt het echter voornamelijk
gebruikt in de wat sleetse uitdrukking 'geprangd gemoed'. De koning van de gebruikers
van dit fraaie woord lijkt Couperus. De meeste vindplaatsen zijn op zijn werk
te herleiden.
Louis Couperus (1863-1923) schreef in 'het
snoer der ontferming', dat een jaar na zijn dood werd uitgebracht:
En
Miyako: 'Ik ben, laas, niet dan een lichtekooie, veile vrouw te huur voor veel
goud, maar deze maan stroomt mij vól met zilveren troost: ik ben een
witte schaal vól maneschijn en voor geen goud geef ik dit zilver!'
En Miyaghino: 'O ga je reeds, weg uit mijn armen, liefde? Toef nog, toef nog!...
Reeds gaat hij, zusteren en verzwijmt in de schaduwen ginds. Zal ik gelukkig
blijven in herinnering, zo geen andere armen mij prangen; zie, zij vangen mij reeds in hun boei!
Veel eerder, in 1884, schreef hij 'Een lent van vaerzen' met daarin 'gedroomd minnen'. Hier een fragment:
Hoog op het voetstuk throonde 't marmerbeeld,
In hare wedergadelooze reinheid
Zoo bovenaardsch, dat meer ontzach dan liefde
Ze in 't kloppend hart des jongelings verwekte.
Hoog hief ze zich, een droom in 't starend oog,
Een wondren glimlach om den zoeten mond;
Heur sneeuwen boezem welfde zich ontbloot;
De draperie zeeg van de linkerheupe,
In breede plooyen 't onderlijf omprangend,
De ronding van het been maar half verhelend,
En heure vingren wrongen 't marmerfloers
Van voren vast in weelderigen knoop...