Dagwoord: Pakkie-an

farao's pakkieDeze term wordt gebezigd in de uitdrukking "dit is mijn (of jouw, zijn, enzovoorts) pakkie-an", waarmee maar gezegd wil zijn dat iets tot je zorgenpakket behoort. Het wordt meestal in ontkennende zin gebruikt en de laatste tijd ook om aan te geven dat je ergens niet zo veel om geeft: "Deze muziek is niet mijn pakkie-an". Het is, zoals meer Nederlandse woorden, een verbastering van een Maleis woord. In dit geval is het 'bagian', wat 'taak' betekent. Omdat 'pakkie-an' niet meer als een leenwoord wordt beschouwd, zie je dat het vaak netter wordt gemaakt door het te spellen als 'pakkie-aan', of 'pakje-an' en, helemaal keurig, 'pakje aan'. Elk van deze hypercorrecte varianten lijkt even vaak voor te komen. Het originele 'pakkie-an' is overigens nog steeds het meest populair.
In de musical Aida wordt mooi de draak gestoken met het vaak gevoelde verband met kleding in het lied "mijn pakkie-an".

Fragment:
Luister, luister, ijdeltuiten:
echte schoonheid zit van buiten,
ja, in streepjes, nopjes, ruit en
pied de poule.
Laat het schitteren en stralen
om er alles uit te halen,
en dat is in mijn geval nogal
een boel.
Loop ik in een lap vitrage,
is dat morgen al een rage,
van Kadesh tot Thebe,
tot aan Assouan.
Dus ik zweer het bij de goden,
liever dood dan uit de mode...
Weetje, kleding is gewoon
mijn pakkie-an!

Er zijn meer woorden uit het Maleis tot ons gekomen. Zie bijvoorbeeld bij 'gladakker'. Maar soms wordt een woord ten onrechte aan een vernederlandsing van het Maleis toegeschreven. Het verhaal gaat dat 'ouwehoeren' ("leg niet te ouwehoeren") van het Maleise 'awur' afkomt, wat 'er op los praten' kan betekenen. Het zou met het ruwe Nederlandse soldatenvolk zijn meegekomen, die in de jaren 45-50 van de vorige eeuw uit 'Ons Indië' terugkeerden. Echter, Heijermans gebruikte het al in 'Kamertjeszonde' van 1896. De verklaring zou eenvoudig zijn: net zo babbelen als een prostituee op leeftijd. Die hebben kennelijk veel te vertellen...

"De góeie christenen, die voor erwtensoep zorgen, voor ééns in de week erwten met speksaus en ouwe-hoeren in doorgangshuizen met 'n bijbel in d'r eene en 'n tractaatje in d'r andere hand".

H.Heijermans