Bij woorden die 'clickable' zijn, is een korte toelichting op te roepen. Met het hierboven staande alfabet kan snel een woord in de lijst worden opgezocht. Klik simpel op de gewenste beginletter. Woorden die cursief zijn weergegeven, zijn in de toelichting van andere opgenomen.


naar het begin van de site 

A

aamborstig (bn) - kortademig, hijg-hijg...
aantal (o) - een zekere hoeveelheid
abel (bn) - een mooi woord
agaceren (ww) - ergeren
aleer (vw) - voordat
allegaartje (o) - optelling van alles
amant (m) - liefhebber
antimakassar (m) - kleedje tegen oud haarvet
apekool (v) - lariekoek, onzin
aterling (m) - bedaagd scheldwoord
avegaar (m) - grote boor

B

baffetoen (m) - onvruchtbaar geweld
balsturig (bn) - eigenzinnig, eigengereid
barg (m) - gesneden beer
beiden (ww) - wachten, wachten
belligerent (bn)- oorlogszuchtig
beweegreden (v) - excuus voor actie
bezwalken (ww) - bezoedelen in ruime zin
bigot (bn) - kwezelachtig, schijnheilig
blits (bn) - volgens de laatste mode, althans omstreeks 1965
boekband (m) - houdt de pagina's bijeen
boender (m) - voor de frissigheid
boezeroen (o) - oud hemd
borstel (m) - voor het boenen, schuieren, vegen en stoffen
borstrok (m) - extra hemd voor de kou
bossage (v) - aangebracht relief, niet verwarren met 'bosschage'
bosschage (o) - bosje, niet verwarren met 'bossage'
boterbriefje (o) - huwelijkscertificaat
brandschatten (ww) - afperspraktijk met dreiging van brandstichting
brozem (m) - stoere jongen onder de 50 cc

C

cajoleren (ww) - strelen
canapé (m) - om op te zitten of om op te eten (kan tegelijk)
castraat (m) - gesneden man
concubine (v) - samenwoonster
cool (bn) - hetzelfde als blits, maar dan 10 jaar later
corpulent (v)  - omvangrijk en beschaafd

D

dazen (ww) - dom babbelen, zotteklap uitslaan
deerlijk (bn) - jammerlijk, zielig
deernis (v) - innig mededogen
deportatie (v) - beladen woord dat meer dan 'uitzetten' betekent
diender (m) - vriendelijke oom agent
dodijnen (ww) - wiegen en laten wiegen
dra (bw) - binnenkort (maar dan in drie letters in plaats van tien)
driest (bn) - dapper, vermetel, stoutmoedig (meestal op onbezonnen wijze)

E

edoch (vw) - maar (als het deftig mag klinken)
eerdaags (bw) - binnen enkele dagen
eerlang (bw) - binnenkort
efemeer (bn) - kortstondig
embonpoint (m & o) - bol buikje
eunuch (m) - gesneden man
epineus (bn) - lastig
excrement (o) - uitscheidsel

F

falie (v) - regenmantel zonder mouwen
faliekant (bn) - de verkeerde kant
faribool (v) - zotte babbel
fiscalist (m) - rekent zich rijk
fnazelen (ww) - rafelen
fniezen (ww) - niezen, hatsjoe!
fnuiken (ww) - vanaf beperken tot en met verpesten
fratsen (v, mv) - malle grappen

G

geil (bn) - zie lubriek
geitenkeutel (v) - stuk geitenpoep
gekke (bn) - krompraat van burger
gemeenschap (v) - samenleving in al zijn varianten
gemoed (o) - gevoel, soms lijfelijk
gestadig (bn) - gedurig
gevoeg (o) - stinkend gerief
gewagen (ww) - melding doen (laat 's wat van je horen)
gezwind (bn) - vlotweg
giegagen (ww) - hijgend praten met een geluid als het balken van een ezel
gij (pvw) - aanspreekvorm van de beleefden onder ons
gisgetal (o) - raad eens?
gladakker (m) - boef
glimmerik (m) - keurig gepoetste agent
gorre (v) - oud paard
graveel (o) - gruis in nieren op het strand
guil (m) - afgeleefd paard ("vroeg hengst, vroeg guil")
guit (m) - schalkse schelm

H

hakkenei (v) - damespaard met comfortabele gang
hamel (m) - gesneden ram
hes (v) - ruim hemd dat kenmerkend was voor de lui uit Hessen
hippie (m) - doet een moord voor een beetje liefde
hit (m) - kleiner dan ket
hebbelijk (bn) - eigen of gepast of erg
horten (ww) - stoten

I

ijsco (v) - koud en oud
immer (bw) - altoos
interlock (o) - mooi geweven onderhemd
invectief (o) - belediging (hi ha hondenlul!)

J

jajem (m) - geestrijk vocht
jegens (vz) - t.o.v.
justificeren (ww) - rechtbreien
juut (m) - agent (als-ie het niet hoort)

K

kamizool (o) - hemd van allure
kapoen (m) - haan die hoog kraait
kattebelletje (o) - boodschap van haastige politici
ket (v) - klein paard
kiel (m) - een bij carnaval populaire bedekking
kilometervreter (m) - volhouder op de weg
klabak (m) - politieman
knapzak (m) - rugzak aan een stokkie
koddig (bn) - vermakelijk, boertig
koeterwaals (o) - onverstaanbaar (wadde?)
konkebijn (v) - samenwoonster
krieken (ww) - hoorbaar aanbreken

L

labbekak (m) - wie zich zo laat noemen is een lummel
lapidair (bn) - kort en hard, maar soms ook een beetje dom
lastpaard (o) - paard dat je ontlast
liebaard (m) - leeuw in de lage landen
log (v/o) - lomp stukje hout waarover geschreven wordt
lubriek (bn) - geil, maar dan minder plat

M

maîtresse (v) - nette lat naast de echt
mannekijn (o) - bekleedbaar poppetje
mannetjesnoot (v) - ongewoon grote muskaatnoot, een echte kerel
marstempo (o) - 1, 2, 3, 4, 1, 2, 3, 4...
meent (m) ooit gemeenschappelijke grond
meeps (bn) - tenger en zwak
mengelmoes (o) - alles in een pan en dan goed roeren
metterwoon (bw) - daadwerkelijk daar
mitsgaders (vw) - ook dat nog
muil (m) - (grote) bek

N

nijpen (ww) - knijpen
nippelen (ww) - graaien ter liefkozing
nozem (m) - jong en opstandig, maar sterk gedateerd
nuk (v) - grillige, maar vooral onvriendelijke stemming

O

oele (tw) - duhhuh!
onderdeur (v) - klein deurtje voor kleine mensen
ooft (o) - in één woord: vruchten
ootmoed (m) - deemoedige en nederige onderdanigheid
opheuen (ww) - hort sik
ouwehoeren (ww) - tijdverdrijf door gebabbel
overgooier (m) - moet je wel zelf doen met zo'n ruim hes

P

pakkie-an (o) - je werk
paltrok (m) - hemd dat het middeleeuwse kontje benadrukt
paskwil (o) - grol van Loesje
plankgas (o) - snoeihard gaan
plechtstatig (bn) - statiger dan plechtig
ponjaard (m) - dolk
potas (o) - kalium carbonaat
potpourri (m) - bijeen gevlochten liedjes
prangen (ww) - beknellen
prinsemarij (v) - rus, kip, juut, tuut, wout, klabak, glimmerik, diender en bout bij elkaar
pront (bn) - precies een vlot en knap type
provo (m) - vriendelijke, witgebroekte provocateur
puik (bn) - uitgelezen goed
pullover (m) - trek je over je hoofd aan en heeft mouwen

Q

querulant (m) - klarerig type 
quisquiliën (mv) - waardeloze prullen, maar dan duur verwoord
quodlibet (o) - samenraapsel van allerlei / maar vooral van rijmelarij.

R

rapaille (o) - uitvaagsel met dure benaming
ros (o) - vier benen en een staart
ruin (m) - gesneden hengst
ruiselen (ww) - wat hoor ik?

S

sapperdeflap (tw) - tussenwerpsel uit een rode mond in een wit gezicht
sapristi (tw) - milde vloek
scabreus (bn) - schunnig
schandpaal (m) - parkeerplek voor slechterikken
scheldkritiek (v) - schimpende bemerking op of over iets
schoelje (m) - dweil van een vent
schorr(i)emorrie (o) - meervoud van schavuit
schrikschijter (m) - metterdaad een labbekak
schuier (m) - voor het liefdevolle veegwerk
sikkeneurig (bn) - kleingeestig
sikkepit (v) - geitenkeutel en mate van kennis
slechten (ww) - vlak maken, desnoods door bomen te rooien
slipover (m) - trek je over je hoofd aan en heeft geen mouwen
smoddermuilen (ww) - kussen in de herhaling
smoel (m,o) - kijk in de spiegel
smart (v) - pijnlijk woord
snaphaan (m) - vrijbuiter of diens geweer
snater (m) - zie bij 'smoel', maar dan met scherp geluid
somberaar (m) - neerslachtig mens
somtijds (bw) - vaker dan 'ooit'
sousbras (v, geen mv) - zit een luchtje aan
spencer (m) - gebreid vest dat dicht is aan de voorkant
sprouw (m) - kwalijke ziekte
steegs (bn) - eigengereid vast
subiet (bw) - en wel nu!

T

tabberd (m) - jurk voor heren van aanzien
telganger (m) - eenzijdig paard
teloorgang (m) - verloren gaan
temen (ww) - zalvend zeiken over iets
temet (bw) - bijna
tempeest (o) - storm waar dichters van dromen
terstond (bw) - NU!!!
tuiger (m) - karhengst
tuniek (v) - mini-jurk voor mannen
tuut (m) - juut

U

uitvaagsel (o) - weg te vegen rommel
uitweiden (ww) - op het langdradige af iets bespreken
ulevel (v) - oud zoethoudertje
usurperen (ww) - het blijft stelen

V

vedette (v) - hooggeplaatst en zadelvast
verfronselen (ww) - kreukelen
vergetelheid (v) - ?
vermeien zich (ww) - zich verpozen, ook buiten de meimaand
vetkuif (m) - smeer het in je haar
vijst (m) - stank voor dank
vleien (ww) - overdreven bewonderend toespreken
vleselijk (bn) - lichamelijk

W

wambuis (o) - bedekt buik en borst
wankelmoedig (bn) - onzeker van gemoed
wanvoeglijk (bn) - wat we met z'n allen ongepast vinden
weerga (v) - gelijke
weldra (bw) - net zo vlug als eerlang?
weleer (bw) - toen
wemelen (ww) - krioelen
wenen (ww) - droef huilen
weshalve (vw) - om reden van
wijle (v) - onbepaalde tijd
wout (m) - juut of tuut

X

xylograaf (m) - kunstige houtsnijder
xyrospasme (o) - niet gesneden en toch pijnlijk

Y

yellen (ww) - we hebben een y, we hebben een e, we hebben een l, enz.
yogi (m) - zweverig type

Z

zefier (m) - wind waaiend uit het westen
zegsel (o) - praatje
zeloot (m) - ongelooflijk gelovig mens
zieden (ww) - koken
zieltogen (ww) - netjes sterven
zijgen (ww) - zachtjes doodvallen
zooi (v) - kooksel
zulk (avw) - aanwijzend en vergelijkend
zwaarlijvigheid (v) - overmatige dikte
zwaarmoedig (bn) - sombermans karakter
zwalpen (ww) - zwaar golven, klotsen
zwerk (o) - wolkendek, al dan niet op drift