Dagwoord: Oele
"Ja, duh",
krijg je wel eens schampertjes toegevoegd, waarmee maar aangegeven wil zijn
dat aan je woorden geen waarde wordt gehecht. Het is een uit het Engels overgenomen
uitdrukking. Het bestaat daar al meer dan een halve eeuw, maar is vooral de
laatste tien jaar populair. De vermoedelijke oorsprong is de imitatie van een
dommerik die even niet uit zijn woorden kan komen, zeg maar 'eh' in een versterkte
vorm. De uitspraak van 'duh' is meestal verlengd tot een soort 'duhhuh', waarbij
de tweede 'uh' lager klinkt dan de eerste. Bijzonder is dat in het Nederlands
'duh' vaak voorafgegaan wordt door 'ja', terwijl in het Engels het inleidende
woordje meestal 'no' is. Dat badinerende 'duhhuh' wordt ook wel door het woordje
'dag' weergegeven, of het wat plattere 'doei'. Ook daar kan het tweelettergrepig
uitgesproken woord door 'ja' worden ingeleid. Wel ligt in het gebruik van 'dag'
of 'doei' nadrukkelijker een afwijzing besloten.
"Blijf je bij me ontbijten?"
- "Ja, doei!"
En dat betekent dus: hoe durf je het me te vragen domoor - nee, Nee, NEE!
Dat ligt een fractie anders bij het volgende voorbeeldzinnetje:
"Hij is populair met al dat
geld van hem".
- "Ja, duhhuh!"
Dat geeft vooral aandat het een stomme opmerking is, want met geld ben je kennelijk
altijd popi.
In vroegere tijden
hadden we in plaats van 'duh', 'dag' of 'doei' een ander tussenwerpsel om minachtend
te zeggen dat iemand met zijn uitspraak zijn domheid etaleert. Het is 'oele'.
Ook dat woord werd vaak voorafgegaan door 'ja'. Soms werd het gevolgd door een
andere badinerende term, zoals 'het mocht wat' of 'fluiten!'. 'Oele' is te herleiden
op het volledig verdwenen woord 'oel', dat iets van generlei waarde aangaf,
een prul. We komen dit woord nog wel tegen in de samenstelling 'oelewapper',
waarbij 'wapper' verwijst naar een slungel, kortom een waardeloze vent. Overigens
is een andere verklaring dat dit woord 'oele' verwijst naar 'pot' (olla) en
'wapper' zou de snelle beweging van handen representeren en een oelewapper is
daardoor een pottenbakker. Waarom je daar dan voor uitgescholden kan worden,
blijft een beetje duister. Door sommigen wordt een verband met de uilenvleugel
ook niet uitgesloten. Maar ook hier prangt de vraag waar de negatieve betekenis
vandaan komt.
In het kader van een nobel streven om domme mensen niet extra te beledigen door
hun gestamel te imiteren, is een herintroductie van 'oele' zeer aan te bevelen.
"Ja, oele!"
Pieter Langendijk ( 1683-1756) schreef zijn eerste toneelwerk 'Don Quichot op de bruiloft van Kamacho' omstreeks 1712. Hij haalde het onderwerp uit een episode in het beroemde verhaal van Cervantes.
DON QUICHOT.
Staa Ridder, wat heeft die .....
SANCHE.
Ja oele, hy gaet fluiten
Wou jy die veugel in zyn vlucht zo makk'lyk stuiten?