Dagwoord: Nozem
Een rebelse
jeugd is van alle tijden. Het zou van stilstand getuigen als het jongvolk zich
niet tegen de gevestigde oude macht zou verzetten. En elke keer is het verzet
weer nieuw! 'Nozem', 'provo', 'hippie', 'punker', 'skinhead', 'gabber' en 'houser'
zijn een paar benamingen van de laatste vijftig jaar voor opstandige jongeren
in de lage landen. 'Houser' en 'punker' zijn vernoemd naar de muziek waar zij
op bewegen, de 'gabber' heeft zijn naam ontleend aan het Jiddische 'gawwer'
(vriend), de 'skinhead' aan zijn gladde bol en de 'provo' aan de criminoloog
Buikhuizen, die het begrip componeerde uit het werkwoord 'provoceren'. Zijn
vondst werd dankbaar overgenomen door de objecten van zijn studie. 'Nozem' was
al langere tijd een in het gebied rond Rotterdam en Den Haag gebruikelijke benaming
voor een jongmens dat nog niet geheel droog was achter de oren. De oudste spelling
is 'nootsum'. Vermoedelijk is het ontleend aan het Engelse 'nothing'. In Rotterdam
en omstreken werd het licht kleinerend gebruikt: "zo'n nozem gaat me toch
niet vertellen dat ik...'. Maar de verkleinvorm was weer heel liefderijk: "Lekker
nozempie van me". Wellicht dat daardoor later de mengvorm 'brozem' is ontstaan.
Daarmee werd de 'nozem' in één woord met zijn knetterende bromfiets
verbonden.
De vetgekuifde liefhebbers van rock&roll werden waarschijnlijk als groep
tot 'nozem' gebombardeerd door Jan Vrijman (1925-1997). Die schreef in 1955 enkele artikelen over Amsterdamse
jongeren, die hij 'nozems' noemde:
"Deze nozems waren uitgekookte jongens die iets anders verwachten dan een keurige betrekking, een degelijk huwelijk en fatsoenlijk aanlanden bij Drees. Zij leefden in het niemandsland van de verzorgingsstaat. Zij wilden de maatschappij niet veranderen; zij wilden alleen het moment dat ze zouden worden ingelijfd in de tredmolen, nog een paar jaar uitstellen. Ze staan op de hoeken van de Nieuwendijk, ze schreeuwen en tieren, ze gooien en smijten, ze bemoeien zich met iedereen. Maar wie bemoeit zich met de nozems? Niemand!"
Zelf was Vrijman tamelijk cryptisch over zijn invloed op de naamgeving. In de De Tijd/ De Maasbode van 1962 zei hij: Het bestond, ik heb er alleen vijf letters aan gegeven.
Nederland was met zijn nozemcultuur van swingende vetkuiven op buikschuivers niet uniek. Tegelijkertijd stonden in Engeland de 'teddy boys' tegen het gezag op, in Duitsland de 'Halbstarken', in Frankrijk de 'blousons noirs', in Italië de 'vitelloni', in Spanje de 'gamberros' en in Rusland de 'stiljagi'. Het valt op dat de benamingen die de groepen hebben aangenomen in veel gevallen de jeugdigheid benadrukken: nozem is groentje en vitelloni zijn onbeholpen kalveren. Teddy boys en Halbstarken spreken voor zich. Het Spaanse gamberros is de gebruikelijke benaming voor vlegels, terwijl de Franse naam een kenmerkend kledingstuk weergeeft en de Russische variant doelt op het welhaast overdreven modebewuste uiterlijk van de rebelski.
Wereldberoemd in Nederland werd de nozem door de bard Cornelis Vreeswijk.
DE NOZEM EN DE NON
Niemand ter aarde weet hoe het eigenlijk
begon
Het droevige verhaal van de nozem en de non
Van de nozem en de non
Vroeg in het voorjaar ontmoetten
zij elkaar
Hij keek in haar ogen en toen was de liefde daar
Ja toen was de liefde daar
Sterk is de liefde, tijdelijk althans
De non vergat haar plichten en zelfs haar rozenkrans
Ze vergat haar rozenkrans
Met zijn zonnebril en z'n nauwe
pantalon
Verwekte onze nozem de hartstocht van de non
Ja, de hartstocht van de non
't Is wel te begrijpen, 't gebeurt
toch elke dag
De nozem was verloren, toen hij in haar ogen zag
Toen hij in haar ogen zag
Ze liepen in het plantsoen in de
prille lentezon
En kussen bij de vleet kreeg de nozem van de non
Kreeg de nozem van de non
Een zekere juffrouw Jansen sloeg
hen gade door de ruit
Ze wist niet wat ze zag en haar ogen puilden uit
Ja, haar ogen puilden uit
Een zekere heer Pieterman keek
neer van zijn balkon
Hij keek stomverbaasd naar de reacties van de non
De reacties van de non
Leve de liefde, zei Pieterman galant
Maar juffrouw Jansen, die belde naar de krant
Ja, die belde naar de krant
Maar daar dacht een ieder, dat
ze het maar verzon
Dus ging ze naar de kapelaan en verklikte daar de non
En verklikte daar de non
Dat, zei de kapelaan, is weer des
duivels werk
Zo gauw ik er niet bij ben, belazert hij de kerk
Dan belazert hij de kerk
Dankzij juffrouw Jansen en de kapelaan
Maakte de politie er een einde aan
Ja, er kwam een einde aan
Want ze liepen namelijk zo maar
op het gras
En de politie zei dat dat verboden was
Dat 't gras verboden was
De non en de nozem die gingen op
de bon
Een schop kreeg de nozem, de zenuwen de non
Ja, de zenuwen de non
Niet om het een of ander, maar
omdat het niet kon
Eindigde de liefde van de nozem en de non
Van de nozem en de non
Volgens Aristoteles weegt een zoen
niet zwaar
Letterlijk uitstekend, figuurlijk zelden waar
Vraag de non er maar 's naar