Dagwoord: Nippelen
Het 'Nieuw woordenboek
der Nederlandsche taal' van de gebroeders Calisch uit 1864 omschrijft 'nippelen (ik nippelde, heb genippeld)'
als "iemand uit geile drift
gedurig betasten". De gedachte
aan het Engelse 'nipple' dringt zich daardoor sterk op, maar een sluitende verklaring
is niet gauw gevonden.
Joost van den Vondel (1587-1679) gebruikte het woord
in zijn toneelstuk 'Samson of heilige wraak' van 1660. Hij dicht wondermooi
in het tweede bedrijf:
Ghy zij 't niet waerdigh dat dit diamantenlicht
Der oogen u beschijn'. vergeefs hebt ghy de voncken
Van my, niet meer uw lief, zoo gulzigh ingedroncken,
U telckens veinzende van mijne min verruckt,
Als ghy de rozen op mijn wangen kreuckt, en druckt,
Mijn borst en lippen kuste, en ick u wederkuste,
U streelde, nippelde, en uw dolle vlammen bluschte.
Dat hebtghe wegh, ghy zijt des waerdigh, ofte niet.
Vertreck uit mijn gezicht, ô joffereverdriet.
Op
een schilderij van Cornelis Cornelisz van Haarlem (1562 - 1638) dat in het Frans Halsmuseum hangt, nippelt
een monnik geconcentreerd de borst van een non. Het werk uit 1591 kreeg oorspronkelijk
de titel: 'Monnik en Bagijn'. Het is later omschreven als 'monnik die den borsten
betast', 'Broeder Cornelis en zijn meisje' en 'Het wonder van Haarlem'. Het
Halsmuseum houdt het op 'Een monnik en een begijn'.
Lang heeft men gedacht dat hier het losbandige leven van kloosterlingen aan de kaak werd gesteld, waar ook het glas wijn en de vruchten op de tafel naar zouden verwijzen. Nu wordt algemeen aangenomen dat een tamelijk bizar mirakel is uitgebeeld. De non was beschuldigd van het ter wereld brengen van een kind. Men wilde haar moederschap bewijzen door de melk uit haar borsten te knijpen. Echter, de monnik die daartoe was aangewezen, kreeg er alleen wijn uit. Nu zou dat een reden zijn om snel de dokter te bezoeken, maar In die tijd werd het tot een wonder uitgeroepen, dat het bewijs leverde voor de maagdelijkheid van de non.