Dagwoord: Nijpen

nijpend 'Nijpen' en 'knijpen' zijn synoniem in betekenis, maar 'knijpen' kan op een grotere populariteit bogen. In het zuiden van het Nederlandse taalgebied word je weliswaar niet meteen verwonderd aangekeken als je 'nijpen' bezigt, maar ook daar is 'knijpen' meer gebruikelijk. In het noorden wordt 'nijpen' gezien als een overblijfsel uit vroegere tijden en alleen nog geschikt voor dichterlijke roerselen. Dat geldt, vreemd genoeg, echter niet voor 'nijptang'. Dat is een gewoon woord voor een heel gewoon stuk gereedschap waarmee je kan knijpen. De 'knijptang' bestaat natuurlijk ook en ziet er helemaal hetzelfde uit, maar wie dat woord gebruikt is op z'n best een heel onhandige knutselaar. Of een kind van drie jaar dat twee woorden samenvoegt.
Als het klemmen meer zinnebeeldig is, lijkt er een voorkeur voor nijpen te zijn: een nijpende situatie. Een beknepen mens lijkt het fysieke slachtoffer van handtastelijkheden, terwijl een benepen mens eerder blauwe plekken op zijn ziel heeft. 'Knijpen' is dus fysieke druk uitoefen en 'nijpen' is meer geestelijke pressie. Maar die nijptang dan?

Bekkenbrekertje:
De knijptang neep de knop van de noest.
De nijptang kneep de nop van de knoest.

Dichtregels van Maria Vasalis (1909-1998) uit de na haar dood samengestelde bundel De oude kustlijn

het huis verlaten, de deuren staan
nog open, je kamers ruiken weelderig, gecompliceerd
naar ondergoed en nagellak, naar potloden en pijpen,
en geen begrip heb je - goddank geen reden tot begrijpen -
hoezeer die geuren voedsel zijn, hoe wij ze snuiven
oude verslaafde paarden aan de bijna lege ruiven
noch hoe de armoede kan
nijpen.