Dagwoord: Mitsgaders

In de betekenis van 'alsook' of 'bovendien' is dit woord in duizendtallen te vinden in oude juridische teksten, mitsgaders in exegetische teksten. Het heeft kennelijk de signaalfunctie dat de schrijver niet van de straat is, maar een doorgeleerd persoon.
Dr. G.P.M. Knuvelder schreeft in zijn 'Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde' in de vijfde, geheel herzien druk uit 1973:

"Is het nodig de overige producenten van de huiselijke poëzie,
mitsgaders de ganse stoet dominee-dichters uit de jaren veertig en volgende te noemen, waar zo weinig te roemen valt? Hun reputatie is maar al te bekend, hun artistieke bijdrage aan onze letterkunde gering."
Voor de goede orde zij nog gemeld dat Knuvelder het heeft over de jaren veertig in de negentiende eeuw. Een rijmelaar uit die periode die zeker de moeite van het noemen waard is, schreef onder het pseudoniem 'De Schoolmeester'. Het is Gerrit van de Linde Janszoon (1808-1858). Van hem is het gedicht 'De Leeuw'. Het laatste couplet:drie leeuwen in je maintiendrai

Gouden leeuwen en leeuwen van hout,
Mitsgaders de Hollandsche, worden heel oud;
Men ziet ze nog wel op uithangborden en schilden, doch zeldzaam in 't woud.
Komt ooit de ware leeuw rechtstreeks op u aan,
Dan is 't beste om maar regelrecht uit den weg te gaan.
Doch niet als hij opgezet of dood is,
Daar er in dat geval volstrekt geen nood is.

De eerste regel van dit couplet is tevens de titel van een bundel opstellen van Willem Frederik Hermans, waarin hij onder meer het over deze dichter heeft:  "Hij behoort tot de grootheden van zeer klein kaliber en dat zijn vrijwel de enige grootheden die er in de Nederlandse literatuur worden aangetroffen."
Op 26-jarige leeftijd verhuisde de schoolmeester gedwongen door schulden, een buitenechtelijk kind bij de een en een dito relatie met een ander naar Engeland. Hij begon daar een kostschool, die hij op voor die tijd moderne wijze bestierde.