Dagwoord: Meeps
Het weten
is niet alles. Soms is het goed als een woord zijn geheim niet direct prijs
geeft. Een woordenboek helpt om het mysterie snel op te lossen, maar zorgt er
tevens vaak voor dat de vreugde van de ontdekking van iets nieuws wordt geblust
in teleurstelling. Daarom is hier de betekenis van 'meeps' niet vermeld. Wie
zonder geheimen wil leven, zoekt het op.
Ilja Pfeijffer in Bzzlletin van oktober 2000:
"Dit vond ik vroeger de mooiste
regels uit de Nederlandse poëzie:
de oude meepse barg ligt
nimmermeer in drab
Het zijn de beginverzen van het gedicht 'Aan
Lesbia' van Lucebert. Hoe juist waren deze regels, hoe ontroerend en vooral
ook zo waar. Als ik ongelukkig was, vermochten ze mij te troosten. Ik kon er
mijn euforie mee verwoorden als iets een keer meezat. Ze verbeeldden tegelijk
de ondergang van het avondland en het gevoel dat je hebt als je uit bad komt.
Ik gebruikte de verzen als vloek, als toast, als vreugdekreet, als pick-up-line,
als felicitatie op een verjaardagskaart en als uiting van medeleven in een condoléanceregister.
En toen heb ik, op een kwade dag, het woordenboek gepakt om 'meeps, bn' en 'barg,
zn' op te zoeken. Daar heb ik spijt van. Nu ik weet wat deze woorden betekenen
hebben de verzen aan betekenis ingeboet. De toverspreuk doet het niet meer."
Het aangehaalde gedicht, zoals dat staat in "De Nederlandse poëzie van de 19de en 20ste eeuw in 1000 en enige gedichten", een bloemlezing van Gerrit Komrij uit 1979.
AAN LESBIA
de oude meepse barg ligt
nimmermeer in drab
maar voorgoed op zachte kussens onder - uitgerekend -
de weelderigste boom Ons rest
slechts een schaduw dun als een dasspeld
om af te koelen lesbia
sinds je moeder goede zaken maakt
met de montage van haar
geldzucht en jouw schaamteloos lichaam
zijn je lippen - nu als in steeds
modieuzer gewaden gehuld zo
gewaagder lijkend dan ooit - mij toch
armelijk mager geworden
maar al werden je fraaie lokken
plots
walgelijk rattenhaar of baarde je
onder mijn ogen een geslacht van
veelpotig of kruipend gedierte
ik verliet je niet want waar
zou ik nog rust kunnen vinden ? in het zuiden
op brandende bergen soms of
onder de altijd bloedige barbaren in het noorden ?
o ik moet er niet aan denken hoe in den vreemde
een van heimwee bezetene mij toefluistert :
" alle vlinders van dit voorjaar slapen op lesbos "
Lucebert