Dagwoord: Maîtresse
Wie er tegenwoordig
nog een maîtresse op na houdt, moet ondanks zijn vrije opvattingen over
de liefde en het overspel een uiterst conservatief mens zijn. Slechts in heel
specifieke gevallen wordt nu nog over een maîtresse gesproken. De amant
in kwestie moet dan toch tenminste van adellijk bloed zijn of een belangrijk
politicus om deze uit het Frans afkomstige term te rechtvaardigen. Een bijzit
op afstand wordt tegenwoordig gewoonlijk 'vriendin' genoemd. De kindertelefoon
krijgt vast meer klachten over papa's nieuwe vriendin dan over vaders maîtresse.
Voor pa leidt de moderne benaming soms tot wat extra uitleg in de conversatie
("Nee, ze is niet míjn vriendin, maar één vriendin").
Het woord 'maîtresse' of 'matres' had overigens in het verleden ook meerdere
betekenissen naast die van minnares buiten de echt. De aardigste is die van
'meesteres van mijn hart' waarbij de aard van de relatie niet van belang is.
Je vrouw kon (of moest) ook je maîtresse zijn. Een tweede betekenis is
zeker zo aardig: schooljuf of vrouw van de schoolmeester.
De maîtresse is tegenwoordig alleen nog maar de deftige benaming voor
een geliefde buiten het huwelijk en, belangrijk, buiten het huis van de liefhebbende
man. De vriendin daarentegen kan ook medewonend zijn. Ze is dan de concubine
of konkebijn in het concubinaat. Het heet dat de partners in zonde leven, omdat
ze niet geëcht zijn. De uitdrukking wordt tegenwoordig voornamelijk spottend
gebruikt, maar een eeuw geleden klonk nog het spreekwoord:
Geen waar geluk hij heeft, die in zonde leeft.
Marcellus Emants (1848-1923)
publiceerde in 1879 zijn 'Drie Novellen'. In de eerste novelle, 'Een Avontuur'
staat de volgende passage:
'Als jouw koude ziel niet voelen kan wat liefde is, als jij het fatsoen van
een vrouw afweegt naar de wieg waarin zij bij haar geboorte werd neergelegd,
als jij meent dat al wat beneden je is in stand, te koop moet zijn en weggesmeten
kan worden wanneer het betaald is, dan beklaag ik de vrouw die er zich eenmaal
op zal kunnen beroemen jouw hart te bezitten!'
Er was iets bombastisch in die woorden. George was zijn vuur niet langer meester;
met kunstmatig vuur is dit dikwerf het geval. Breekoord was echter op zijn beurt
geërgerd, en spaarde zijn vriend evenmin, toen hij antwoordde:
'Ik verzeker je dan dat ik haar nooit eerst tot mijn maîtresse maken zal,
hetzij ik ze in een paleis of in een kroeg aantref!'
'En ik verzeker je dat ik, onverschillig of zij mijn maîtresse of mijn
wettige echtgenote is, van mijn vrienden eerbied zal vergen voor het wezen dat
ik waardig heb gekeurd mij als levensgezellin terzijde te staan!'