Dagwoord: Lubriek

Er is een mooi en goedklinkend alternatief voor het inmiddels sterk afgesleten en ookwel misbruikte 'geil'. Van Dale (twaalfde druk) geeft het bijvoeglijke naamwoord 'lubriek' de betekenis 'grof zinnelijk, zeer wellustig'. Het moet weer nieuw leven worden ingeblazen. 
Het is door Paul van Ostaijen (1896-1928) in een van zijn prozastukken gebruikt.

  

JUS PRIMAE NOCTIS
Een dialoog te midden auto's
  
Ontmoeting.

Zij zegt: Hoe heb je me zo dadelik herkend. 
Hij: Je hoed.
Zij: Mijn hoed. Mijn hoed?
Hij: Ja.
Zij: Gek.
Hij: Die pluimen heb je reeds zolang.
Zij: Nee. Die heb ik pas éen dag.
Hij: Nou dan.
Zij: Hoe heb je me zo dadelik herkend.
Hij: Ik weet het niet.
Zij: Ik zie er erg verouderd uit.
Hij: Waarschijnlik niet. Ik denk echter wel.
Zij: Waarom.
Hij:  Ik denk steeds: het is zolang reeds. Dus wij zijn oud geworden. En ik zag je nooit zó... precies. Van de eerste
lubrieke postkaart die je ziet, blijft je een sterkere indruk bij dan van de eerste geliefde. Ik zeg je: ik zag je nooit goed.
Zij: Ja juist daarom. Ik ben helemaal niet verouderd. Ik heb geen kinderen.
Hij: Dat dacht ik.
Zij: Wat.
Hij: Dat je getrouwd bent. Vind je niet alles verloopt zo mechanies-regulair. Ik ontmoet je. Dan tien jaar later. Ik weet heel goed dat je getrouwd bent. Jawel. Waarom zeg je me dat. Dat je 't me ook nog verteld dat het zo is, is wel de clou. Kan het nog machineller. Machineller moet ik zeggen. Dat is het woord.
Zij: Zo heb ik je graag. Vroeger.
Hij: Ik ben vroeger niet zo geweest.
Zij: Toch. Of misschien: ik dacht het zo. Feitelik hoe zou ik weten hoe je vroeger was. Alles wat ik meen van jou te weten is waarschijnlik vals.   
Ik heb geen tijd meer te denken.

Klik hier om het gehele prozastuk in de juiste vormgeving te lezen.