Dagwoord: Knapzak
Wie langs 's Heren wegen wil slenteren met een
knapzak, gevuld met mondvoorraad, is eerder romantisch dan praktisch. Zo'n dichtgeknoopte
luur aan een stok is niet handig te dragen en er kan ook nog eens weinig in.
Maar romantiek vergoedt veel en daarom worden op tal van plaatsen knapzaktochten
georganiseerd. Het knapzakje dat aan de deelnemers wordt uitgedeeld, past gelukkig
meestal in de veel comfortabelere rugzak.
Een afvalverwerkingsbedrijf gebruikt de naam 'knapzak' voor zijn afvalzakken
van en voor kunststof. De romantiek is daarmee in één keer verdwenen.
De oorspronkelijke betekenis van 'knapzak' is die van een zak om wat te knappen
(eten) mee te nemen. Bij een met rommel gevulde zak ontkom je niet aan de andere
betekenis van 'knappen', hoewel het toch juist te hopen is dat zo'n zak
zich heel weet te houden.
Overigens is 'knapzak' een van de woorden waarmee de Engelse taal door het Nederlands
is verrijkt. De spelling aan de andere kant van de Noordzee is 'knapsack'. Het
is bij lange na niet het enige woord dat is geïmporteerd in de Engelse
taal. Enkele andere woorden die we hebben uitgeleend zijn 'landscape', 'snack'
en niet te vergeten 'Santa Claus'. Elders zal nader worden ingegaan op dit leentjebuur
spelen over en weer.
De beroemdste knapzakloper in Nederland is Swiebertje, de televisiezwerver die
tussen 1955 en 1975 met zijn malle fratsen de lachers op de hand kreeg. Hij
had zo zijn eigen manier van spreken. Hij voegde ver voor de discussie over
de tussen-n overal deze letter al in: "Saartje, mag ik nog wat broodjens
voor in mijn knapzakjen".
Jacob van Lennep (1802-1868
) was een geestdriftig wandelaar. Hij heeft Nederland op jonge leeftijd te voet
doorkruist. Uit zijn eerste historische roman De Pleegzoon (uitgegeven in 1833),
die twee delen en in totaal een kleine 800 pagina's beslaat, deze enkele zin:
Schoon Joan op dien leeftijd een geoefend ruiter was, en den fraaien vos, hem
door zijnen pleegvader geschonken, met zwier bereed, wanneer hij met vlugge
hazewinden, den reebok of de hazen op het uitgestrekte heideveld najoeg, kende
hij echter geen grooter genoegen, dan om alleen, zonder gezelschap buiten zijn
trouwen hond Veltman, met het jachtmes op zijde en den kruisboog in de hand,
de omliggende velden te doorkruissen: dan trok hij, in 't eenvoudigst gewaad,
tegen weer en wind gehard, bij zonnenopgang met vollen knapzak en ledige
weitasch het slot uit om er niet zelden eerst tegen het vallen van den avond
met volle weitasch en ledigen knapzak terug te keeren.