Dagwoord: Kapoen
Een kapoen is een gesneden
haan. Zo'n gecastreerd beestje zou sneller vet worden en daardoor een smakelijkere
hap voor op tafel zijn, dan zijn ongesneden familieleden. De naam 'kapoen' werd
in het verleden ook gebruikt als scheldnaam voor een jood. In de besnijdenis
die bij joden gewoon is, zagen onze voorvaderen aanleiding tot de kwaadwillige
vernoeming naar een gesneden haan. Maar, zoals het met veel scheldnamen gaat,
verloor het zijn kracht en werd het uiteindelijk zelfs een koosnaampje. In België
noemen de scoutingclubs hun leden tussen de zes en acht jaar 'kapoenen'. Vergelijkbare
scheldwoorden die nu eerder uit vertedering dan in woede worden gebruikt, zijn
'deugniet', 'schavuit' en 'guit'.
Maar waarom heet het dan 'sinterklaas kapoentje' (gevolgd door de opwekking
om wat te gooien in een schoentje)? Men is er nog niet helemaal over uit, maar
'kapoen' zou behalve 'jood' ook meer algemeen 'een vreemdeling' kunnen aanduiden.
De verkleinvorm geeft vooral te kennen dat het niet onvriendelijk bedoeld is.
Het verschil tussen 'grote schoft' en 'klein schoffie' is vergelijkbaar.
Een kapoentje is trouwens ook
een klein rood kevertje met stippeltjes, gemeenlijk ook bekend onder de naam
lieveheersbeestje en wetenschappelijk coccinelinae genaamd. Er zijn tientallen
soorten met meer of minder stippels en ze zijn meer of minder rood gekleurd.
Direct na de Tweede
Wereldoorlog verscheen er in Nederland een strip van de hand van Phiny Dick
(1912-1990) in het Amsterdams Dagblad en later in het Algemeen Handelsblad over
de avonturen van Olle Kapoen. In opzet en tekeningen doen ze sterk denken aan
de bekende Tom Poes-verhalen van Marten Toonder. Phiny was met hem getrouwd
en had ook een stevige hand in de ontwikkeling van Tom Poes en zijn wijze vriend
Olie. B. Bommel.
Voor de volledigheid zijn hier de Nederlandse namen van gecastreerde wezens
in een lijst gezet. De benamingen betreffen gecastreerde mannetjes. Voor gecastreerde
vrouwtjes zijn geen aparte namen bekend. En ja... Ook vrouwtjes kunnen gecastreerd
worden en niet alleen gesteriliseerd. Elke willekeurige gesteriliseerde man
kan het verschil tussen beide ingrepen haarfijn uitleggen. Onderaan deze pagina
staat een recept voor de bereiding van een kapoen. Een lekkere scharrelkip kan
ook volgens deze aanwijzingen de pan in.
soort |
mannelijk |
vrouwelijk |
gecastreerd |
|---|---|---|---|
paard |
hengst |
merrie |
ruin |
rund |
stier |
koe |
os |
zwijn |
beer |
zeug |
barg |
schaap |
ram |
ooi |
hamel |
hoen |
haan |
hen |
kapoen |
mens |
man |
vrouw |
eunuch/castraat |
kat |
kater |
poes |
je-weet-wel-kater |
Gesmoorde kapoen met kappertjessaus
1 kapoen (of lekker vette kip) ingewreven
met wat zout
150 gram vers of gerookt vet spek in plakjes van 30 gr.
100 gram gehakt runderniervet
15 zwarte peperkorrels
8 kruidnagels
5 plakjes gemberwortel
1 ui in plakken
enkele takjes dragon
enkele peterseliewortels
eventueel wat kippenbouillon
voor de saus:
40 gram boter of braadvet van de kapoen
40 gram bloem
1/2 liter bouillon
citroenschil, witte peper, 3 kruidnagels, 1 laurierblad
2 gesnipperde sjalotjes
100 gram kappertjes, met het vocht
1 deciliter witte wijn
mespuntje gemalen foelie
2 eidooiers
klontje koude boter
Bedek de bodem van een
braadpan met dikke plakjes spek, leg daarop het niervet en de kruiden. Leg de
kapoen erop. Doe de deksel er op en zet de pan op het vuur om het vet
te laten smelten. Zet daarna de pan in de oven op 175 graden C. Stoof
de kapoen zachtjes gaar in een uurtje tijd, bedruip hem af en toe. Giet, als
het te droog wordt, wat bouillon bij.
Laat de bouillon voor de saus twintig minuten trekken met wat citroenschil,
witte peper, kruidnagel en laurier. Zeef de bouillon.
Maak een roux: smelt de boter, of gebruik drie eetlepels van het braadvet van
de kapoen (als er geen bouillon bij is gedaan). Fruit de sjalotjes glazig, voeg
dan de bloem toe. Roer met een platte houten spatel en laat dit enkele minuten
op héél laag vuur pruttelen. Blijf roeren. Doe de bouillon er
beetje bij beetje bij. Na ieder scheutje goed roeren tot alle vloeistof is opgenomen.
Vervolgens gaat de wijn erbij (goed roeren) en tot slot de gemalen foelie, de
kappertjes en het kappertjesvocht.
De saus wordt afgemaakt
met twee eidooiers en wat klontjes koude boter. Die dooiers worden eerst losgeroerd
met telkens wat van de warme saus bij. Als de dooiers op temperatuur zijn, gaat
het ei/sausmengsel in de sauspan. De saus mag niet meer koken. Vlak voor het
opdienen worden er nog wat klontjes ijskoude boter door geroerd, om een mooie
fluwelige glans te krijgen.
Haal de kapoen uit de pan. Leg hem op een mooie schaal omringd door halve schijfjes
citroen. Snij hem aan tafel aan en giet wat van de saus er over. Geef de rest
van de saus in een aparte sauskom erbij.