|
Mijn dood en ik |
|
INSOMNIA
Denkend aan de dood kan ik niet slapen, En
niet slapend denk ik aan de dood, En het leven vliet gelijk
het vlood, En elk zijn is tot niet-zijn geschapen.
Hoe onmachtig klinkt het schriel `te wapen',
Waar de levenswil ten strijd mee noodt, Naast der doodsklaroenen
schrille stoot, Die de grijsaards oproept met de knapen.
Evenals een vrouw, die eens zich gaf, Baren
moet, of ze al dan niet wil baren, Want het kind is groeiende
in haar schoot,
Is elk wezen zwanger van de dood, En het voorbestemde
doel van 't paren Is niet minder dan de wieg het graf.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
- - - - - - - - - - - - - - - -J. C. Bloem (1887-1966) |