Dagwoord: IJsco

ijscootje"Wie wil er een ijsco? Vader heeft de wandelstok aan zijn arm gehangen en opent zijn beurs." Een ijsco was een echte traktatie van de IJscompagnie, een samenwerkingsverband van banketbakkers die rond 1920 karretjes met schepijs de straten langs stuurden. De naam 'ijsco' werd wellicht populair omdat op de zijkant van de karretjes in sierlijk gekrulde letters de afkorting 'IJsco.' stond. Zo wordt tegenwoordig in de patatzaken vaak een 'frik spec' besteld, omdat de 'frikadel speciaal' zo afgekort in witte plastic letters op het zwartvilten bordje staat geprijsd. Wie de oorsprong van het woord voor de ijzige versnapering kent, staat toch een beetje vreemd te kijken als de Amerikaanse roman 'Sunset Over Chocolate Mountains' van Susan Elderkin geprezen wordt als een snoeproman "over ijsco's en woestijnen". Zo ver waren die ijscomannen met hun karretjes toch niet gekomen.
Helemaal losgezongen van zijn verleden is het woord 'ijsco' door Remco Campert in 'Het leven is vurrukkulluk' uit 1961. Hij schreef 'ijsko' volgens zijn toenmalige non-konformistiese spellingsopvattingen:
"Om de ijskokar klonterde een groot aantal kinderen."

Van Jan Arends werd na zijn dood in 1974 de bundel 'Ik had een strohoed en een wandelstok' met nog ongepubliceerde teksten uitgegeven. Uit het titelverhaal dit fragment:
Wat is brood? Ik zou zo graag met de banale, platte tong van de wetenschap praten. Brood is toch gewoon brood. Maar dat is niet zo. Brood is een droom. Brood is verdriet. Brood is je meten met andere mensen. Dus wat is je brood. Is het wel goed brood. Voedt het voor een gelukkige toekomst. Alles is brood. Dat weet ik immers ook wel. Kijk maar. De ijscoman komt langs. In huizen waar brood is is geld voor ijs. De hele straat kijkt als de ijscoman langs komt. De ijscoman is de goede broodman van blij zijn. Ik was blij want ik wist. Ik kreeg vijf cent en de ijscoman deed er limonade op en de hele straat keek hoe dat hoerenkind met die grote ijsco liep. Dat was brood.