Homoeidonheterosemantofonoglos

De homoeidonheterosemantofonoglos is een woord dat -zoals de naam reeds zegt- in schrift hetzelfde er uit ziet, maar twee of meer verschillende uitspraken en betekenissen heeft. Het woord 'weg' valt dus hier niet onder. Dat heeft wel meer betekenissen, maar één uitspraak. Kijk ook eens bij zijn minder zeldzaam voorkomende tegenhanger: de heteroniem-nieuwe-betekenis.

  1. appel ('àppel': vrucht, 'appèl': hoger beroep in strafzaken)
    - De dief van een appel ging in appel tegen zijn veroordeling tot 5 jaar detentie.
  2. balletje ('bàlletje': knikker, 'ballètje': dansje)
    - Zoals het balletje op de keien danste, leek het wel een balletje.
  3. band ('bend': muziekgroep, 'band': connectie)
    - De rockgitaristen van de band sprongen af en toe uit de band.
  4. beamen ('be-àmen' = bevestigen, 'biemen': stralen)
    - Zij beamen dat hun PDA geschikt is om te beamen.
  5. bedelen ('bédelen': smeken, 'bedélen': uitdelen)
    - In de donkere sloppen bedelen wij in de hoop dat mensen ons willen bedelen.
  6. beken ('bekèn': geef toe, 'béken': waterstroompjes in de natuur)
    - Ik beken in vele beken te hebben gepootjebaad.
  7. bekeren ('békeren': cup-voetbal, 'bekéren': geloof opdringen)
    -  De zwaar christelijke voetbalclub wil bekeren en bekeren.
  8. beren ('berén': van 'berénnen' - onverwacht omsingelen, 'béren': meer dan één bruintje)
    - Ik beren het kamp niet in mijn eentje, maar wel met mijn getrainde beren.
  9. beteren ('béteren': beter worden, 'betéren': met teer bestrijken)
    - Na de eerste lekkage beloofde Noach zijn leven te beteren en de ark meteen te beteren.
  10. beving ('béving': trilling, 'bevíng'': van bevangen)
    - Door de beving beving de angst haar.
  11. bezie ('bezíe': van bezien, 'bézie': bes)
    - Hoe gloeit de bezie langs het holle pad, dichtte
    Jacques Perk, en ik bezie die poëzie met ironie.
  12. blazer ('blázer': bespeler van blaasinstrument, 'blézer': sportjasje)
    - De eerste blazer had tijdens het kerstconcert zijn nieuwe blazer aan.
  13. bonnetje ('bónnetje': betaalbewijsje, 'bonnètje': mutsje)
    - Ze had geen bonnetje van het pas gekochte bonnetje.
  14. boom ('boom': houtachtige plant, 'boem': snelle stijging op de beurs)
    - Veel beleggers kunnen een aardige boom opzetten over de verdamping van hun winst na de laatste boom.
  15. boot ('boot': drijftuig om in te dobberen, 'boet': schoon opstarten van een computer)
    - In mijn boot boot ik geen computer, maar boet ik mijn net.
  16. borduren (bórd-uren': uren aan het bord, 'bordúren': kunstig naaiwerk)
    - De schaker maakte vele borduren en kwam daardoor niet toe aan zijn hobby, het borduren van schaakborden op theedoeken.
  17. cederen ('céderen': van cederhout, 'cedéren': afstand doen van iets)
    - Hij wilde zijn cederen wandkast niet cederen.
  18. filetje ('fijltje': klein bestand op de computer, 'filétje': lapje vis zonder graat, 'fiéletje': kleine rij auto's)
    - Toen ik met mijn auto in een filetje stond, sloeg ik in mijn laptop een filetje op met een recept voor een filetje van kabeljauw.
  19. filmster ('filmstér': god of godin van het witte doek, 'fílmster': vrouw die filmt)
    - Licht improviserend vertolkte de filmster zijn rol voor de camera van de jonge filmster.
  20. gang ('gang': verbinding tussen twee ruimtes, 'geng': een boevenpak)
    - De gang van mijn broertje beperkte zijn territorium tot de gang op de bovenste verdieping)
  21. geleerde ('geléerde': wijs m/v, 'zjeleerde': werd stijf, geleiachtig)
    - De geleerde geleerde het uitgekookte vruchtensap.
  22. geleispoor ('geleispoor': geleidestang voor gereedschap, 'zjeleispoor': spoor dat een druppel gelei nalaat.
    - Op het geleispoor van mijn kapzaag, zat een dik geleispoor van mijn zelfgemaakte jam.
  23. gelig ('gélig': lijkt geel, 'gelíg': aldoor liggen)
    - Door dat gelig op mijn bed van al die zwetende lijven, is het laken gelig geworden.
  24. gepen ('gépen': meervoud van 'geep', een lange zeevis, 'gepén': met de pen schrijven)
    - Het gepen over de vangst aan gepen is weer in volle gang.
  25. geren ('gerèn': aan het rennen, 'géren': kledingstuk met een extra lap ruimer maken)
    - Het luidruchtige geren op de gang stoorde de naaister die net de broekspijpen wilde geren.
  26. gospel ('góspel': zweten en zingen in een kerk, 'go-spel': witte en zwarte smarties omsingelen elkaar op een speelbord)
    - Hij werd gestoord in het edele gospel door een meeslepend gezongen gospel.
  27. host ('host': van 'hossen', 'hoost': netwerkbeheerder, maar ook gastheer)
    - De host host van plezier bij het zien van de hoeveelheid bezoekers.
  28. jam ('zjem': ingedikt vruchtensap voor op brood of van 'jammen': vrijuit spelen op een muziekinstrument, 'jam': een soort knol)
    - Een jam is niet geschikt voor de jam.
  29. kalende ('kalénde': eerste dag van de maand, 'kálende': persoon met beginnend haarverlies)
    - Op de laatste kalende besloot de kalende man een pruik te kopen.
  30. kantelen ('kántelen': omvallen, 'kantélen': op kasteelmuren)
    - De kantelen zijn zo zwak dat ze snel zullen kantelen.
  31. kartel ('kártel': kerf, 'kartél': verbond van bedrijven)
    - De kartel in dit blad geeft aan waar over het kartel van manegehouders wordt geschreven.
  32. kinderlijk ('kínderluk': als een kind, 'kinderlíjk': het lijk van een kind)
    - Het is misschien wat kinderlijk, maar een kinderlijk is meer dan hinderlijk.
  33. legende ('légende': leegmakend, 'legènde': beschrijving van een -heiligen- leven)
    - Zijn glas al legende, gromde hij de legende ongeloofwaardig te vinden.
  34. legeren ('légeren': zich vestigen, 'legéren': metaal mengen)
    - Om metaal te legeren legeren de technische diensten van de landmacht zich hier.
  35. loop ('loop': een gangetje gaan, 'loep': een lus waaruit ontsnappen niet mogelijk is)
    - Een loop in een loop in een loop in een loop in een loop in een loop in een loop...
  36. martelen ('mártelen': pijn doen, 'martélen': meervoud van 'marteel' in de betekenis van 'hamer')
    - Voor het martelen gebruikte hij oude martelen.
  37. massagebed ('massa-gebed': massale gebedsoefening, 'massage-bed': een bed om op gemasseerd te worden)
    - Stijf van het knielen smeekten de gelovigen in het massagebed om een massagebed.
  38. maskeren ('máskeren': met maskers bedekken, 'maskéren': verbergen)
    - Door hun gezichten als Zorro te maskeren, maskeren deze mensen hun fysionomische tekortkomingen.
  39. minister ('miníster': bewindsman/vrouw, 'mínister': een kleine ster)
    - In vergelijking met het fel stralende licht van de premier voelde de minister zich maar een minister.
  40. monteren ('montéren': binden/hechten, 'mónteren': in combinatie met 'op' vrolijk worden)
    - De koksmaten monteren straks helemaal op, als blijkt hoe eenvoudig de sauce te monteren is.
  41. negeren ('negéren': ontkennen, 'négeren': koeioneren)
    - De slavendrijver bleef de protesten negeren en ging door met negeren van de mannen.
  42. opperste ('ópperste': hoogste, 'oppérste': omhoog persen of opknappen door persen)
    - In opperste verbazing zag ik hoe hij mijn oude broek opperste.
  43. palletje ('pàlletje': knopje, pallètje': klein houten draagvlonder)
    - met een druk op het palletje, schoof hij het palletje in de speelgoedvrachtwagen.
  44. passen ('passen': stappen en ergens van afzien, 'paassen': een bal over lange afstand overspelen aan een ander)
    - We passen met passen, als we te veel passen moeten maken, zei de geroutineerde voetballer in de wij-vorm.
  45. pendelen ('péndelen': heen en weer reizen, 'pendélen': meervoudsvorm van een onderdeel van een scharnier   
    - De pendelen van het scharnier van mijn voordeur neem ik altijd mee als ik aan het pendelen ben van woon naar werk.
  46. piston ('pi-ston': blaasinstrument met ventielen, 'pis-ton': ton om in te wateren)
    - De aangeschoten dirigent van het stomdronken orkest verzocht de koperblazers hun piston niet als piston te gebruiken.
  47. plant ('plant': groen gewas of vervoeging van 'planten' - dat gewas in de grond stoppen, 'plènt': van 'plannen', zeg maar voorbereiden)
    - De tuinman plant zijn werk zo dat hij in oktober al de bollen plant.
  48. pool ('pool': uiteinde van een as, ook een klein wit konijntje- nijntje dus, 'poel': inleg van een weddenschap
    - Ik beloofde dat de mooie pool de kerst zou overleven als ik hem in de pool won.
  49. poolster ('poolstèr': aan het firmament, 'poelster': biljartjuf)
    - Trots keek de poolster met haar keu in de hand naar de poolster.
  50. poster ('pòster': staker die bij de poort post, 'pooster': een plakkaat)
    - De poster legde op een poster het doel van de staking uit.
  51. raderen ('ráderen': meervoud van 'rad' of als werkwoord met een kartelwieltje lijnen uitzetten, 'radéren': de etsnaald hanteren)
    -  We raderen een ets van alle raderen in dit uurwerk.
  52. rap ('ràp': vlot, 'rèp': muzieksoort)
    - De geroutineerde rapper wist rapper dan rap een dreunende rap te brengen.
  53. record ('recòr': de beste prestatie, 'rècord': verzameling van gegevens)
    -  Het record van de schaatser werd voor de record in de boeken opgenomen.
  54. regent ('regènt': hoogwaardigheidsbekleder, 'régent': pluvius is bezig)
    - Het regent, dus steekt de regent zijn parapluie op.
  55. reservering ('réservéring': vastgelegde bestelling, 'resèrve-ring': extra ringetje voor de breek)
    - De zenuwachtige bruidegom had wel een reservering bij zich, maar was de reservering voor de bruidssuite vergeten.
  56. revers (revérs': omslagen aan voorzijde van een jas, 'révers': meer dan één rever van zeilen)
     - Met de duimen gehaakt achter zijn revers keek de kaptein naar de noeste arbeid van de revers.
  57. singletje ('síngultje': vinyl plaatje of cd met twee muzieknummers, 'singlètje':  klein mouwloos hemdje)
    - Op de hoes van zijn eerste singletje stond hij in een te krap singletje afgebeeld.
  58. slang ('slang': pootloos reptiel, 'sleng':  taal van de straat
    - Als de slang slang had gesproken was het voor Eva een heel ander verhaal geweest.
  59. stand ('stànd': -voorlopige- uitslag, 'stènd': kraampje op beurs)
    - Toen de stand 0-6 was, brak de teleurgestelde verkoper zijn stand met parafernalia van de club snel af.
  60. sterkers ('stérkers': iets dat sterker is dan sterk, 'sterkérs': beetje bitter, beetje groen in kartonnen bakjes)
    - Bij deze mousse van gerookte forel met sterkers mag je wel wat sterkers serveren dan water.
  61. stofferen ('stofféren': met stof bekleden, 'stòfferen': platweg neuken)
     - Na het stofferen van de bank, wilde hij zijn vrouw stofferen.
  62. stropers ('stro-pèrs': samenpersapparaat dat strobalen maakt, 'stròpers': illegale wildjagers)
    - Onder de zware balen stro die de stropers had uitgebraakt, verborgen de stropers steels hun illegale buit.
  63. tapeten ('teepten': van tapen, opnemen, 'tapéten': meervoud van tapeet, een inmiddels sleets tapijt)
    - Zij tapeten het gesprek dat op een van de kostbare tapeten werd gevoerd.
  64. tappen ('tappen': een fris biertje bijvoorbeeld, 'teppen': met ijzertjes onder zolen en hakken al dansend geluid maken)
    - Wij tappen bier en zij tappen met elastieke benen.
  65. temperen ('témperen': matigen, verzachten, 'tempéren':  regelen dat een projectiel op het juiste moment knalt
    - De artillerist mag zijn enthousiasme voor het goed temperen van zijn granaat niet temperen.
  66. tenderen ('tendéren': de neiging hebben tot, 'ténderen': de hoogste rente willen hebben) -
    - Het bankwezen zal altijd tenderen naar tenderen.
  67. toepers ('tóepers': kaartspelers van laag niveau, 'toepérs': kaken op elkaar)
    - Nog honender klinkt het gejuich van de toepers als ik bij verlies mijn mond stijf toepers.
  68. toppers ('toppérs': de beste pers, 'tóppers': de beste in hun soort)
    - Bij de keukenmachinerie zijn weinig toppers, maar dit is toch echt een toppers.
  69. trainee ('trenée': lichtbalk op vloer van het toneel, trení': leerling
    - Tijdens de voorstelling struikelde de trainee over de trainee.
  70. trial ('tri-ál': komische tenorstem, 'traajl': proef
    - Met jouw trial kom je natuurlijk nooit door een tríal voor het programma 'Neem Opera Serieus - NOS' heen.
  71. verdragend ('verdrágend': tolerant, 'vérdragend': ver te horen geluid)
    - Hij, een bijna alles verdragend mens, vond het verdragend gebeier van de klokken te veel.
  72. verfolie ('verf-olie': olie voor verdunning van verf, 'ver-folie': van verfoliën, glas met een laag folie bedekken om je in te spiegelen)
    - Als jij even verfolie haalt, verfolie ik onderussen het glas.
  73. verfrommel ('vèrf-rommel': troep van schilders, 'ver-frommel': propjes maken)
    - Ruim jij de verfrommel op, dan verfrommel ik het papier.
  74. verheid ('verhéid': krachtterm, ook verdord veld, 'vérheid': grote afstand)
    - Ik dacht verheid, wat is de verheid van de sterren immens.
  75. verspringen ('verspríngen': van beeld veranderen, 'vérspringen': verre sprong maken)
    - Tijdens het verspringen verspringen de elektronische reclameborden op de atletiekbaan.
  76. verstrekkende ('verstrèkkende': aan het uitdelen, 'vèrstrekkende': zeer grote)
    - De diensten van de gratis drugs verstrekkende apotheker hadden verstrekkende gevolgen voor het sociale leefklimaat in de buurt.
  77. ververs ('vèrvers': schilders, 'vervèrs': vernieuw)
    - Ik ververs de verf van de ververs.
  78. zoom ('zoom': kledingomslag, 'zoem': vergrotingsvermogen van een cameralens)
    - Ik zoom in op de zoom van haar rok.

De koppels 'zoeven/zo-even' en 'ruinen/ruïnen' horen er niet bij omdat ze verschillend worden geschreven. Het verbindingsstreepje en de trema zijn hier verplicht. In 'kwartslagen' (kwart-slagen, kwarts-lagen) en in 'handelstop' (handel-stop, handels-top) is het uitspraakverschil te gering om mee te mogen tellen. Hetzelfde geldt voor 'valkuil' (val-kuil en valk-uil) waarbij nog wordt aangetekend dat een valk-uil niet eens bestaat. De woorden moeten in de onderscheidende betekenissen in een woordenboek zijn terug te vinden. Ook woorden die een betekenisverschil slechts aangeven door verlegging van de klemtoon, vallen af. Een voorbeeld is het woord  'overdrijft' (Kroll overdrijft als hij zegt dat de bui wel overdrijft). Pas als met de klemtoonwisseling ook de klank van een of meer letters verandert, mogen deze woorden meedoen. Van woorden die in meerdere verbuigingsvormen tot de h-klasse behoren, zoals 'geleerde' en 'geleerden' is maar één variant meegeteld.

Een kwestie van geheel andere aard zijn woorden die in het Nederlands en in een vreemde taal hetzelfde worden geschreven, maar verschillende betekenissen en uitspraak hebben. Een voorbeeld is het woord 'angel' dat in het Engels heel wat minder stekelig is. Besloten is om alleen buitenlandse woorden op te nemen die voldoende zijn geassimileerd in het Nederlands. Een grensgeval is het woord 'lover' ("haar Engelse lover zat in het lover te wachten"). In zijn beroemde 'Tearoom Tango' gebruikt Wim Sonneveld het woord in de Engelse betekenis in een Nederlandse tekst.

TEAROOM TANGO
Wim Sonneveld

En hier dames en heren, hier komt een liefdesgeschiedenis uit Den Haag,
getiteld "Tearoom Tango".

Toen ik jou de roze tearoom langzaam binnenschrijden zag
Met je kaalgesleten bontjas en je arrogante lach
Een afschuwelijk beeld van honger en ellende
Vroeg ik me af hoe ik jou in 's hemelsnaam herkende
Maar toen iedereen jou nakeek met die blik van oh-la-la
Dat moet vroeger iets geweest zijn van comme ca en ga maar na
En de ober zelfs een buiging voor je maakte
Toen voelde ik dat mijn verbittering ontwaakte
En terwijl je stilstond bij 't gebak
Was ik de jongen weer wiens jongenshartje brak

refr.:
Je hebt me belazerd, je hebt me bedonderd
En wat me nu na al die jaren nog verwondert
Dat ik dat nooit vergeten zal al word ik honderd
Je hebt me belazerd, je hebt me bedonderd '

t Zal zo'n dertig jaar geleden zijn dat ik jou stil aanbad
En in deze zelfde tearoom steeds op jou te wachten zat
En wanneer je dan na uren was gekomen
Noemde 'k jou de schone diva van m'n dromen
Na een jaar geheime liefde zei 'k nog steeds eerbiedig "u"
En ik mocht je af en toe eens kussen achter 't menu
Verder mocht ik niks 't was verdomd een schijntje
Je hield me steeds met je belofte aan 't lijntje
Tot ik plotseling ontdekte dat
Jij wel twintig and're
tearoom-lovers had

refr.

En nu zit je aan een tafeltje en vraagt me "mag ik thee"
En je attakeert m'n taartjes en wat kijk je weer gedwee
En je fluistert "jongen, haal me uit de nesten
Want het is of heel de wereld me wil pesten"
Je bent veel te dik gepoeierd en de mot zit in je hoed
En ik zie ook dat je huilt zoals een slecht actrice doet
Je pikt weer een sigaret en vraagt een vuurtje
En je zegt achter je zevende likeurtje
"Ach, je weet dat ik jou de liefste vond
Geef me wat geld, boy, want ik zit vreselijk aan de grond"
Dan zeg ik: "zit jij aan de grond?"

Da's heel belazerd, da's reuze bedonderd
Dat ik de liefste was is iets dat mij verwondert
Vraag het die anderen maar, je had 'r minstens honderd
Ober, ober, goedemiddag
Deze dame hier, ober, wou even alles afrekenen
Ja, 'k ben belazerd

Jos Hendriks bracht het woord 'marteel' ('hamer') weer tot leven, dat we onder meer kennen van 'Karel Martel' en dat aan het Frans is ontleend. In het meervoud is het dus 'martelen', dat rijmt op 'kastelen'. Jos heeft ook een reeks van voldoende (meent ook Van Dale) geassimileerde Engelse woorden gevonden die uiterlijk eender zijn met Nederlandse woorden, maar qua uitspraak verschillen. Het betekenisverschil zal het uitspraakverschil in stand houden, verwacht ik. Het nieuwste woord is 'gepen'(kijk aldaar) van Onno de Ruiter, die al eerder een bijdrage leverde.

Een erevermelding voor de zevenjarige Guusje van der Meij, wier moeder Martje haar vondst van 'kerstomaatje' bij het reservaat aanmeldde. Het betekenispaar 'kerst-omaatje' en 'kers-tomaatje' bracht het reservaat danig in verwarring. Als er een paashaas is, kan er dan geen kerst-omaatje zijn? En is zo'n kerst-omaatje niet gewoon een kerstengel op leeftijd? Helaas,  de vele woordenboeken in de kast van het reservaat konden alleen 'kerstpot' uitspugen als dichtstbijzijnde woord.  Geen kerstoma dus. De voorbeeldzin lag zeer voor de hand: 'het kerstomaatje slikte een kerstomaatje in zijn geheel in'.
De speelsheid van de vondst is een vermelding en een vetleren medaille waard.

Foeke Jan Reitsma heeft voor een ware tsunami aan h-woorden gezorgd. Al eerder had hij een onbehoorlijk aantal woorden aangedragen, maar de laatste golf is zonder weerga. Dat is vooral knap, omdat het steeds moeilijker wordt nieuwe te vinden. Voor één van zijn eerdere vondsten, het woord 'bezie', heeft hij dichter Jacques Perk aangehaald - die van de onnoemelijk vele tranentrekkende sonnetten.

Een adder
Jacques Perk

Hoe gloeit de bezie langs het holle pad,
En schudt het bolle hoofdje heen en weder!
De rozen strooien blanke blaadjes neder,
En 't geiteblad houdt roos en rots omvat:

De rots van klimop pronkt met geiteblad,
Dat, uitgeschoten als een slanke veder,
Zich losser plooide, breeder steeds en breeder,
Tot het de blauwe verte in de armen had.

De woudduif koert.... Daar ritslen dorre blaren...
O, angst! daar schuifelt iets: twee vonken staren...
Het sist - een adder slingert zich om 't been:

Zoo slingert zich, in deze stille stonde,
Het zoet verlangen naar de zoetste zonde
Gelijk een adder om mijn ziele heen....