Heteroeidonsemantohomofonoglos
Er zijn woorden, die
gelijkluidend zijn aan andere woorden, maar onderling toch verschillend worden
geschreven en ook een verschillende betekenis hebben. In tegenstelling tot de
tegenhanger de homoeidonheterosematofonoglos (zie aldaar) is zo'n woordkoppel niet echt zeldzaam. Dat
is zelfs niet het geval als de volgende strikte voorwaarden worden gehanteerd:
beide vormen moeten in een Nederlands woordenboek zijn opgenomen en er mag geen
uitspraakverschil zijn. We gaan uit van de algemeen aanvaarde uitspraak. Dus
geen gezeur over de ingeslikte, Gooise 'r' (die ovewigs weuze goed hoowbaaw
is), waardoor het koppel baden/baarden afvalt. Het verschil tussen de scherpe
'ch' en de wat zachtere 'g' is soms hoorbaar (ligt/licht) en soms niet (lag/lach).
Ze zullen dus naar bevind worden opgenomen. Voor de 'f' en de 'v' geldt dat
ze in vrijwel alle gevallen verschillend dienen te worden uitgesproken. Er is
echter geen hoorbaar verschil tussen de 'ei' en 'ij' in woordkoppels als reik/rijk.
De juiste benaming voor een dergelijk woordkoppel zou heteroniem moeten zijn (analoog aan homoniem). Heteroniem is een bestaande term, die al twee sterk verschillende betekenissen heeft: schuilnaam en een synoniem dat qua gevoelswaarde met zijn equivalent verschilt (onderscheid/discriminatie). Daar wordt dus nu de derde betekenis aan toegevoegd: gelijkklinkende woorden die verschillend worden geschreven en daardoor een verschillende betekenis hebben.
Een fraaie vondst is de schrijnwerker die uitroept: 'hout moet', maar daar tevens de betekenis 'houd moed' mee kan bedoelen. Dat is dus zeer effectief taalgebruik. Persoonlijk kan ik beide betenissen van harte aanbevelen. Dit voorbeeld is uit het leven gegrepen, zo meldde mij Aafke van Halem, die haar broer de houtbewerker citeerde.
Hier staan enkele voorbeelden. Van werkwoorden is waar mogelijk alleen de infinitief opgenomen. Als een woord zowel in meervoud als in enkelvoud een heteroniem is, wordt slechts de enkelvoudvorm opgeschreven.
bereiden/berijden
blei/blij
bord/boord
brei/brij
dor/door
eik/ijk
hard/hart
hei/hij
hor/hoor
keren/kirren
kir/kier
kond/kont
kor/koor
kort/koord
lag/lach
leiden/lijden
meid/mijt
meiden/mijden
peil/pijl
rei/rij
reik/rijk
reizen/rijzen
steil/stijl
tic/tik
veilen/vijlen
wei/wij
weiden/wijden
worden/woorden
zei/zij