Dagwoord: Hebbelijk

NederlandDit is een omniwoord met vele betekenissen. Zo kan je er mee aangeven of iets karakteristiek is voor iemand ("vandaliseren is hem hebbelijk"). Maar zich 'hebbelijk gedragen' betekent weer dat gepast gedrag wordt vertoond. Echter, als je iets (of iemand) als 'hebbelijk' beschrijft, dan is het niet meer dan draaglijk, te hebben. Daarentegen wordt het woord ook nog eens gebruikt als een versterking in de zin van 'erg' en 'zeer'. De elasticiteit van het woord komt goed naar voren als je de zinnen "hij kan hebbelijk schreeuwen" en "zij kan hebbelijk zingen" naast elkaar zet.
Uit De Volkskrant van maandag 6 december 2002:

Bang voor Beatrix
Waarom is iedereen zo bang voor de koningin? Waarom kwetteren zelfs journalisten opgewonden in hun volière als ze haar ongeschreven regels durven te trotseren? Waarom siddert het volk als zij vertoornd is? Waarom zijn de mensen in het land kinderlijk dankbaar wanneer zij een teken van warmte geeft en smelten de harten, als een golf water haar betonnen kapsel bombardeert?
Het volk wil dat. Het volk wil geen monarchie van Noorse snit, waar de koning met de tram naar zijn werk gaat. Dat is geen koning meer, dat is een lakei. Het volk wil huiveren. Het volk wil ontzag hebben. Er is toch al zo weinig willekeur en ongelijkheid over sinds we in een democratie leven. Het volk wil een
hebbelijk restant van ouderwets absolutisme. En zij geeft het volk wat het wil.

Louis Couperus (1863-1923): beschrijft in 'Majesteit' van 1893 een vorstenhuis met een norse keizer en zijn zachtaardige zoon. De laatste  vraagt zich af of hij wel troonopvolger wil zijn. Hij is zich bewust van zijn eigen degeneratie en wordt in zijn opvatting gesterkt door nieuwe denkbeelden uit het volk.

Haar stap is luchtig aan de arm van de elegante adjudant; haar sleep golft haar vrolijk achterna. Druk praat ze, vraagt ze Dutri:
'Hoe bevalt je de tournée?'
'Aller-insipide! Niets of niemand was amuzant, dan de secretaris van de Primaat!... Die Gothlanders zijn vervelend en zo vreeslijk weinig cosmopolitisch! En het is vermoeiend ook, altijd dat sjouwen! Zie je, ik beschouw het als oorlog en zo maak ik het door; als ik het beschouwen ging als vredestijd, kwam ik er nooit door heen! De ontvangst is gelukkig overal nog al
hebbelijk. O, de kroonprins maakt zich bepaald populair...'
'Een aardige jongen... valt ze hem in de rede. Ik had hem in lange tijd niet gezien; hij studeerde toen te Altara en daarna herinner ik me hem maar een paar maal in het Imperiaal gezien te hebben, in eens van kind opgeschoten als een asperge, en helemaal nog een jongen. Ik herinner me nog: hij kreeg een kleur, toen ik voor hem boog.