Dagwoord: Hakkenei

In de jaren dat het paard nog het snelste en voornaamste vervoermiddel was voor de wat langere afstanden, kregen die dieren ook allerlei typerende benamingen. Zoals je nu een 'auto', 'wagentje', 'zespitter', 'leasebak', 'slee', 'cabrio', '4x4', 'buggy' en nog meer hebt, had je toen 'paard', 'ket', 'hit', 'knol', 'bok', 'guil', 'gorre' en 'hakkenei' en wat dies meer zij. De meeste alternatieven voor 'paard' zijn inmiddels in onbruik geraakt of worden alleen nog maar in beperkte, hippische kring gebruikt.een telganger in actie Een bijzonder geval is het woord 'ket', dat zich ook in puzzelland op een bijzondere populariteit mag verheugen. De 'hakkenei' is de benaming voor een niet te groot paard dat de telgang beheerst. Een typisch damespaard, wordt wel gezegd. De naam hakkenei is afgeleid van het Franse 'haquenée' (telganger), dat zelf weer van het Spaanse 'haca' afkomstig is. Ook het Engelse 'hackney' is ontstaan uit 'haquenée', hoewel er ook geluiden opgaan dat die naam is ontleend aan een gelijknamig plaatsje nabij Londen waar men zulke fijne paarden fokte. Maar misschien is het plaatsje genoemd naar die fijne paarden. Er zouden in historische geschriften vindplaatsen zijn van het Franse woord, die ouder zijn dan de vermelding van het Engelse plaatsje.
Een telganger is een paard dat beide benen aan één zijde min of meer tegelijk naar voren beweegt. In normale draf worden de benen diagonaal paarsgewijs naar voren gezet. De telgang is comfortabel (je hobbelt niet zo op en neer als ruiter) en daardoor lang vol te houden.

Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint (1812-1886) publiceerde in 1842 'Een kroon voor Karel den Stouten' met daarin deze passage:

Toen zij Maximiliaan de hand reikte tot opstaan, had zij gebloosd, dien lichten blos, die zich nauwelijks hecht op de wangen en maar even rust op het voorhoofd, de eerste blos, die de onschuld scheidt van onwetendheid! Wát rijper leven, of groote hartstochten in de vrouw ook later voor bevalligheden mogen ontwikkelen, voor belangwekkends geven; hoe ze zich rein moge kampen door strijd, of verheffen door sterkte, de onbeschrijfelijke bekoorlijkheid, die de eerste blos toovert op het jonkvrouwelijk gelaat, wordt door geenerlei schoonheid geëvenaard, door geenerlei deugd teruggewonnen. Dien eersten blos mocht Maximiliaan opvangen, hij was voor hem. In zijne verrukking vergat hij geheel de waardigheid van zijn rang; die hem nooit bijzonder voor oogen was; hij verbad zich de eere haar paard bij den toom te leiden en als stalmeester aan hare zijde te gaan, maar de jonge Prinses, in hofétiquette volleerd, antwoordde met een afkeurend lachje: "Fij toch! een zoon van Oostenrijk! daarbij, Sire Hertog! zijn de dames van mijn land veel te goed geoefend in de nobele rijkunst, om zulke diensten te behoeven, Er zijn er geene, tot onze kleine Marotte toe, die zelve niet hare hakkenei besturen!"