Dagwoord: Gladakker
Dit is een mooi woord om een sluw en gemeen persoon
mee aan duiden. Je spreekt het woord uit als 'gla-dakker', maar de associatie
met een gladde oplichter zorgt er voor dat de uitspraak vaak 'glad-akker' is.
Soms wordt het daarom met twee d's geschreven en ook de spelling 'gladdekker'
is bekend. In deze vorm heeft het overigens nog twee anderen betekenissen: een
schip met een bovendek dat doorloopt van voor toch achter en een plaat die bij
steendrukken de boel strak (glad) afdekt.
Het woord 'gladakker' is in de negentiende eeuw aan het Maleise woord 'gladag'
ontleend. 'Gladag' is een verkorting van 'djaran gladag', dat de toenmalige
benaming is voor een lastpaard. Op zo'n paard werden behalve pakketten ook wel
eens bedienden vervoerd. Dat waren in vroegere tijden niet de beste rijdieren.
Vandaar dat het synoniem werd aan 'slecht paard'. Door uitbreiding van de betekenis
werden ook de honden die in de kampong zwierven zo genoemd en verder alles wat
lelijk was of zich zo gedroeg.
In Katjoeng Poetih's thuisreis,
in 1933 geschreven door D.J. Sibellee, raakt de Hollandse Huub slaags met de
Indische Herman:
Vol belangstelling keken de kinderen, die even door juffrouw Thea alleen gelaten
waren, naar bet gevecht der beide jongens. "Vraag excuus... vraag excuus!"
schreeuwde Huub triomfantelijk. "ja... soedah... eskies ... vraag eskies
... " klonk het eindelijk benauwd. Onmiddellijk liet Huub Herman los, want
het is een eerlijke en sportieve gewoonte onder de jongens in Indie, dat degeen
die het onderspit gedolven heeft en als teeken dat hij zich gewonnen geeft "excuus"
vraagt, op mag staan en vrij-uit gaan.
Maar Herman, woedend om de onverwachte nederlaag, vergat sportief te zijn en
was nauwelijks overeind of hij sprong op Huub toe en greep hem met twee handen
bij de keel.
"Da's gemeen! Da's gemeen! Valschaard!" schreeuwden Maud en de kinderen,
die in een kring om de vechtersbazen stonden. . . "je hebt excuus gevraagd!"
Maar Huub was op z'n hoede ... Nauwelijks raakten de vingers zijn keel,
of zijn arm schoot tusschen Herman's armen door en een fiksche draai, gepaard
met een zijdelingsche schop, ergens bij den enkel, deed den aanvaller ten tweede
malen tegen het dek slaan! "Adoeh ... gemeene verrader . . ! " schreeuwde
Huub verontwaardigd! "Je hebt excuus gevraagd en ik heb je laten opstaan.
Nu begin je weer, ja? Ik zal je leeren gladakker!"
Toen werden de regels van het Japansche worstelen vergeten en liet Huub het
echt onbesuisd, Hollandsche slagen regenen op hoofd en schouders van zijn vijand.
"Eskies ... eskies! "
"Zal je nooit meer tegen mij aanloopen?" "Au ... adoeh ... au
... neen!" "Zul je Maud niet meer plagen?"
"Neen ... adoeh ... laat mij los ... eskies! "Nooit meer van kedjoe
schelden?" "Au ... neen ... soedah dan toch, sèh, Au!"
"En wie is de sterkste van ons?" "Jij ... au ... jij. . !"
Misschien was Huub, overwinnaars eigen, nog wat voortgegaan met eischen stellen,
maar achter hem hoorde hij een meisje zeggen: "Daar komt de juffrouw!"
Eerst toen liet Huub Herman los en terwijl deze overeind krabbelde en zijn zeere
plekken bewreef, was juffrouw Thea nader gekomen en begreep onmiddellijk wat
er gebeurd was.
"Huub Wouterse zeker weer, he?" riep zij reeds van verre uit. "Kan
de juffrouw niet een oogenblikje weg, zonder dat jij hier weer onrust stookt?
Kwajongen!" "Roode Pimpernel" dacht Huub, maar durfde het niet
hardop zeggen. "Je moest je schamen ... en dat voor een Hollandsche jongen...
je lijkt wel een Katjoeng... een Katjoeng Poetih!"