Het bekende gedicht 'De tuinman en de dood' van P.N. van Eyck lijkt een mooi voorbeeld van plagiaat te zijn. De hele verhaallijn is afkomstig uit 'Le Grand Ecart' van de Franse kunstenaar Jean Cocteau (1889 - 1963).

Niet alleen de plot, maar zelfs de plaatsnaam (door Cocteau als Isfahan gespeld) is overgenomen. Cocteau heeft overigens zelf ook gebruik gemaakt van een oude legende. Wie het naadje van de kous wil weten, leze de spannende speurtocht naar de bron van dit gedicht die Herman Franke in zijn boek "De tuinman en de dood van Diana" heeft gedaan. Het boek is in 1999 uitgegeven bij Podium.

Het antwoord op de vraag of Van Eyck plagiaat heeft gepleegd, doet overigens niets af aan het gedicht 'De dood is terug uit Ispahaan' in de bundel "Mijn dood en ik'.

De tuinman en de dood

Fragment verhaal

Fragment gedicht

Insomnia

Mijn dood en ik

  

De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: 'Heer, Heer, één ogenblik!  

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!' -

Van middag -lang reeds was hij heengespoed-
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

 'Waarom,' zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
'Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?'

Glimlachend antwoordt hij: 'Geen dreiging was 't
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan.'
S


uit: Verzameld Werk van P.N. van Eyck (1887-1954)