Klinkdicht
Ik loop naar huis in een ijzige regen, de wind
dringt door de stof van mijn natte jas. In een bushalte schuil
ik achter het glas. Dat houdt de winterkoude wind wel tegen.
Ik sta stil en wil me niet meer bewegen. Het
geluid van wind en regen dat zo pas nog alles overheersend
aanwezig was, is ver buiten mijn schuilhokje gelegen.
Maar opeens sta ik onbeschermd weer op straat
ik mocht daar kennelijk niet langer wachten. Het is een vreemde
dwang die me lopen laat.
Op weg naar mijn huis ben ik niet bij machte
om te zien wat de toekomst brengen gaat, maar de luwte van toen
blijft in gedachte.
februari 2003
-
- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - -
- - - - Uit 'Mijn dood en ik' (2003) |