Dagwoord: Dazen
Langdurig en breedsprakerig over een onderwerp uitweiden
zonder dat de lengte van het gesprokene iets wezenlijks toevoegt, heet dazen.
Het woord is direct terug te leiden op 'daas' in de betekenis van 'onwijs'.
De overeenkomst met dronkemansgepraat was Victor van Vriesland (1892 - 1974)
ook al opgevallen getuige zijn regels:
Amsterdamse bohème
Wij zoenen zonder lust elkanders meid,
Verslingeren ons geld en onze tijd.
Een veeg muziekje begeleidt het dazen
Van lege hoofden boven volle glazen.
Uit 'Droomkoninkje'
(1924) van Herman Heijermans (1864 - 1924):
"Hij had 't verdomd gewillig mee te gaan, omdat-ie
niks op z'n geweten had - behalve dan die paar borrels in de slijterij, waar-ie
nog nooit 'n voetstap verzet had - toen hadden ze 'm in de boeien geslagen.
De heele nacht was-ie tegen de tralie-deur blijven bonzen en trappen, maar dat
had 'n dronken varken in 't hok 'r naast net zoo hard. Eerst 's morgens, toen
de inspecteur-van-dienst 'r was, hadden ze 'm verhoord. Verhoord, godbeter,
terwijl ze geen woord van wat-ie vertelde geloofden, achter elke beweging 'n
uitvlucht of 'n foefie zochten, an één stuk bleven hannesen over
z'n vinger-afdrukken - of jij 'n electrischen verklikker an 'n brandkast kon
soldeeren met handschoentjes an! - en telkens weer daasden: ‘over de paar uur da'k in die beroerde kroeg had zitten
doorslaan, en over me verhoor bij den rechter-commissaris, en over 't kunstje
om me weg te maken in Heerlen, terwijl 'k de heele nacht voor me had gehad,
om met valsche sleutels an de overzij in te breken.... Da'k ze niet an ben gevlogen
is nog 'n wonder...."
Kees Stip (1913 -2001) heeft zich (uiteraard) ook met 'dazen' bemoeid en verwijst onderhuids naar de steekvlieg die onwijs pijnlijke steken kan uitdelen. Een kleine tip uit de praktijk van een ruiter: dazen die op jou of je paard zitten, kan je met de blote hand niet doodslaan. Ze vallen wel weg, maar kiezen vervolgens hardnekkig weer het luchtruim voor een nieuwe aanval. Het meest effectief is ze dood te wrijven. Daar kunnen ze niet tegen.
Op vier darren
Vier dikke darren op een rijtje
wisten van ieder honingbijtje
het wat waarom en waar en hoe.
Daar zaten zij tot walgens toe
achter hun goedgevulde glazen
over te darren en te dazen