Dagwoord: Bosschage
'Bosschage'
en 'bossage' worden vaak als synoniemen gezien met de betekenis van een groep
geboomte. Inderdaad heeft het 'bosschage' die betekenis, maar de 'bossage' is
iets geheel anders. Dat komt van het Franse 'bosseler' en betekent een aangebracht
en min of meer regelmatig reliëf op muren en wanden. Wie echter naar 'bossage'
zoekt, vindt aanmerkelijk meer vindplaatsen met de betekenis van 'bosje' dan
dat er vindplaatsen zijn voor het correcte 'bosschage'. Vooral in stukken waar
enige deftigheid uit lijkt te moeten spreken, is het foutieve 'bossage' opgenomen.
Veel verslagen en nota's van gemeenten en zelfs gerechtelijke uitspraken geven
er de voorkeur aan. Wellicht dat het hoofd gebogen moet worden en voor 'bossage'
toch de betekenis van geboomte moet worden aanvaard. Het zou menig ambtenaar
en gerechtsdienaar goed uitkomen. Wel is er dan een probleem voor het 'Groot
Dictee der Nederlandse Taal' dat sinds 1990 jaarlijks in december wordt uitgezonden
door de Nederlandse en de Vlaamse publieke omroep. Het wordt traditiegetrouw
opgenomen in de Eerste Kamer van het Nederlandse parlement. In 1997 kwam daar
deze kwellende zin in voor:
Geen wonder dat Jan en alleman bij tijd en wijle snákt naar een ontspannende wandeling; stoïcijns en relaxed schrijdt de anders zo veelgeplaagde wandelaar voort langs beemd en bosschage, `s zomers bij zonneschijn alleen gekleed in T-shirt en kakibroek.