Dagwoord: Bezwalken
Dit woord is zieltogend.
Zijn ietwat plechtstatige uitstraling doet het echter een beter lot verdienen.
Vooralsnog is het in quarantaine opgenomen. Het
komt voor in een geschrift over de 'wellevendheid' uit 1911. Het is "een handboekje voor de christen jeugd", geschreven "door den bestuurder van een opvoedingsgesticht". De inleider van het enkele tientallen pagina's dikke boekje
is Cæsar Gezelle (1875-1939), een neef van
de beroemde Guido. Ook hij schreef en dichtte, maar volgens tijdgenoten met
aanzienlijk minder talent dan zijn zo geroemde oom, waarmee hij vanzelfsprekend
voortdurend werd vergeleken. Hij heeft openlijk verklaard het zat te zijn voortdurend
op deze manier de maat te worden genomen en staakte in 1909 zijn rijmelarij
voor tenminste 14 jaren. Later heeft hij nog wel enkele dichterlijke ervaringen
op papier gesteld en uitgegeven, maar ook die werden nimmer warm ontvangen.
Hij haalde vrijwel geen enkele bloemlezing.
In de uitvoerige raadgevingen
over de na te streven wellevendheid wordt ook gesproken over 'kwaadsprekerij'
en de auteur beveelt: In zekere
gevallen zijt ge in geweten verplicht, dengene, wiens naam men in uw bijzin
met vuigen laster bezwalkt, openlijk te verdedigen.
Het boekje met aanwijzingen voor een kuis en goed leven is heel gedetailleerd. Het geeft zelfs aanwijzingen hoe een brief moet worden begonnen en afgesloten. Ook wordt uitvoerig beschreven hoe men het tafelgereedschap dient te hanteren. Uiteraard wordt ook het lichaam per onderdeel en de noodzakelijke behandeling en zonodige afdekking beschreven. Het is te mooi om in de vergetelheid te geraken. Voor een volledige weergave van de inhoud klikke men hier.
Op deze plaats mag
zeker niet onvermeld blijven dat de goede Cæsar in zijn inleiding een excuus geeft
voor de noodzakelijkheid van een opvoeding in wellevendheid:
Wij Vlamingen evenals alle leden
van den Nederlandschen stam, zijn van aard geneigd tot het werkelijke, het nuchtere
en zakelijke in alle dingen, ook in den omgang met menschen, en daarom overdrijven
wij veeleer de beteekenis van het woord «oprechtheid». We laten
in vele opzichten onze oprechtheid ontaarden tot ruwheid. Men heeft ons dat,
benevens veel andere zaken, ten onrechte ten laste gelegd. Onze schuld is het
niet dat we voor onze vlaamsche beleefdheid nog geen vaste vorm en bewoording
hebben; eene beleefdheidstaal bestaat nog niet, en het is een deel van onze
taak in de herwording van ons vlaamsche volk dat wij het opvoeden tot de kennis
en het bezit van een kristelijke vlaamsche beleefdheid.
Hier is een degelijk handboek voor wellevendheid.
Hier is een handboek voor wellevendheid in deugdelijk vlaamsch.