Dagwoord: Belligerent

De meest directe betekenis is 'in staat van oorlog verkerend', maar zodra het van personen wordt gezegd, dan wordt er meestal bij gedacht 'en met graagte' oftewel 'oorlogszuchtig'. De onvolprezen Martin van Amerongen schreef in De Groene Amsterdammer van 31 januari 1996 over H.J.A. Hofland:

"Hij is vanzelfsprekend een intrigerende persoonlijkheid, met karaktertrekken die niet zo gemakkelijk te doorgronden zijn. Zo noemde Carel Peeters hem eens een 'militante optimist' respectievelijk een 'belligerente melancholicus'. Het bewijst voornamelijk dat Peeters geen specialist in de H.J.A. Hoflandkunde is. In werkelijkheid is Hofland een uitgesproken pessimist en militant respectievelijk belligerent is hij al jaren niet meer, zo hij dit ooit echt is geweest. Hij is veel eerder een in zichzelf gekeerde somberaar."

Van weinig woorden is de betekenis zo nauwkeurig omschreven als 'belligerent'. In 'Jura Falconis', het juridisch wetenschappelijk studententijdschrift van de K.U. Leuven gaat Heidi Panken er nader op in.

"Een eerste poging tot internationaalrechtelijke definitie werd ondernomen op de Vredesconferenties van 1899 en 1907 in den Haag en vond zijn weerslag in de Haagse Reglementen. In 1949 en 1977 werden de criteria verfijnd, telkens met de bedoeling ze beter aan te passen aan de voortdurend wijzigende manieren van oorlogvoering. De regels over het statuut van strijder zijn - zoals het gehele IHR - de weergave van compromisen tussen militaire noodzaak en bescherming van mensen tegen oorlogsgeweld. Bovendien behoeft het weinig uitleg dat de toepassing van deze regels in de complexe realiteit van hedendaagse conflicten niet altijd een gemakkelijke opgave zal zijn.

In de Reglementen van de Haagse Conventie Nr. IV van 1907 over de wetten en gebruiken van de oorlogsvoering op het land vinden we voor de eerste maal een impliciete internationaalrechtelijke omschrijving van het begrip strijder terug. Er werd toen wel de term 'belligerenten' gebruikt zowel om te verwijzen naar een oorlogvoerende staten, als naar de personen die de oorlog uitvochten en die we nu strijders noemen. Artikel 1 Haagse Reglementen beschouwt naast nationale legers ook militie-eenheden en vrijwillige strijdkrachten als 'belligerenten', op voorwaarde dat hun aanvoerder verantwoordelijk is voor zijn ondergeschikten en dat zij een vast en herkenbaar embleem hebben, hun wapens openlijk dragen en de wetten en gebruiken van de oorlogsvoering respecteren. Bovendien rekent art. 2 Haagse Reglementen de inwoners van een nog niet bezet gebied die spontaan de wapens opnemen om weerstand te bieden tegen een vijandelijke invasie, ook bij de 'belligerenten'. Het dient hier dus te gaan om burgers die zich op eigen initiatief tegen de oprukkende vijand verzetten, zonder de tijd te hebben zich voor deze strijd te organiseren. Wie aan een dergelijke levée en masse deelneemt, kan bovendien slechts als belligerent worden beschouwd als hij zijn wapens openlijk draagt en zich aan de wetten en gebruiken van de oorlogsvoering houdt."