De beurs van BerlageDagwoord: Beiden

Op de klokkentoren van de Beurs van Berlage te Amsterdam staan de spreuken 'Beidt Uw Tijd' en 'Duur Uw Uur'. De gemiddelde belegger kent inmiddels de diepe waarheid van deze opwekking om toch vooral geduld te betrachten. 'Beiden' in de betekenis van 'wachten' is ook terug te vinden in de afleiding 'verbeiden'. De betekenissen van beide woorden zijn zeer dicht tegen elkaar aan gekropen. In de spreektaal is het woord in de zin van 'wachten' nauwelijks nog te horen. Poëten weten er meer raad mee, al was het maar omdat het zo lekker rijmt.
Maria de Groot, mystica, beschrijft een tuin. Een hommel die 'beidt', heeft daar een onbedoeld (?) komisch effect. Zie hier de eerste twee coupletten van het sonnet '
De tuin' in de bundel 'Hoe ver de weg nog is' uit 2003.

De tuin
De tuin op zes september: een oase.
Windstille zonnesluier hangt rondom.
Zwaar van de dauw liggen de grassen om.
Een spin hangt zich in zilver te verbazen.

Kleine insecten schieten door de mazen
van haar kleverig net. Een hommel bromt
en
beidt haar tijd boven de vijverkom.
Zwaluwen schrijven hoog een afscheidsfrase.

hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu

Een vorm van het 'beiden' komen we ook tegen in het zinnetje 'hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu' (hebben alle vogels nesten begonnen behalve ik en jij wat wachten we nu). Dit zinnetje uit een liedje zou omstreeks 1100 door een West-Vlaamse monnik in de abdij van Rochester in het Engelse Kent zijn neergekrabbeld op een stuk al gebruikt perkament om zijn nieuwe pen te proberen. Het werd in 1932 in het Engelse Oxford gevonden in een boekband, waar het ter versteviging was gebruikt. Er is enige variatie mogelijk in de spelling van het zinnetje, want de tijd heeft de inkt op enkele plaatsen doen vervagen. En wellicht schreef de scribent ook niet al te duidelijk. Hij was per slot van rekening alleen maar zijn vers geslepen pen aan het proberen. Het is overigens in weerwil van het algemene geloof niet het eerste geschreven zinnetje in het Nederlands. Tenminste, als we er van uitgaan dat het Nederlands is. Ook eerder werd in de taal van de lage landen wel het een en ander geschreven. Een voorbeeld is van zelfs zo'n dikke driehonderd jaar eerder, omstreeks 760. In Utrecht werd toen de doopbelofte 'Gelobistu in got alamehtigan fadaer? Ec gelobo in got alamehtigan fadaer' opgeschreven. Het klopt weliswaar niet helemaal met de huidige spellingregels, maar dat doet 'hebban olla vogala' ook niet. Overigens, als het om de poëtische kwaliteit gaat, is de voorkeur voor het gekopieerde liedje over de vogeltjes die aan het nestelen zijn, goed te verklaren.

begin bij het begin van deze site