Dagwoord: Baffetoen

een peer voor je kiezenHet woord muilpeer is een ironische samenstelling van muil en peer. Velen ontgaat tegenwoordig echter de grap om een klap in het gelaat te vergelijken met een sappige vrucht voor de fieselemie. Hetzelfde geldt voor oorvijg, waarbij het onbegrip er toe heeft geleid dat het woord oorveeg is ontstaan, want een veeg lijkt nu eenmaal wat pijnlijker dan een vijg. In het Zuid-Nederlands is er nog de patat (aardappel) die wel eens op pijnlijke wijze wordt uitgedeeld. Muilperen, oorvegen en patatten kunnen ook voorwerpen zijn waarop je getrakteerd wordt, waarmee de ironie gelukkig weer terug is.
Ook een appeltje schillen dat je met iemand samen wilt doen, is een uitdrukking die een negatieve betekenis heeft, evenals het eitje dat je kennelijk niet alleen wilt pellen. Het eitje wordt eerder in het zuidelijke deel van ons taalgebied van zijn jasje ontdaan en het appeltje vooral in het noordelijke deel. In ieder geval is het voor degene die daartoe wordt genood, kwaad kersen eten.
De oorsprong van dat dreigend jassen van appel of ei is niet zo duidelijk als bij de uitdrukking die aangeeft dat iemand een kooltje wordt gestoofd. Dat stoven lijkt wel dienstig, maar die lompe groente stinkt dan wel enorm...
Muilpeer is een mooi woord. Het is al lang bekend, maar had enkele honderden jaren geleden een zo mogelijk nog welluidender equivalent: baffetoen. Dat woord is in het huidige Nederlands volledig verloren gegaan. Vergelijkbaar zijn het Spaanse bofetón, dat nog volop wordt gebruikt, en het Engelse buffet. Beide kunnen vertaald worden met muilpeer, of baffetoen als we dat weer gaan gebruiken.
In de Lyste van Rariteyte, ook wel De Leugenboeken van Anna Folie genoemd, komt er af een toe een baffetoen voorbij:

Een quaad Huywelijck is een Hel op aarde, (sey Jochem) en hy kreeg eenige Baffetoenen van sijn Wijf tot een Morgengroet.