Dagwoord: Aterling
"Schelden doet geen zeer, slaan des te
meer" luidt een volkse wijsheid. Het is misschien daarom dat er zo veel
scheldwoorden zijn...
De meeste krenkende toevoegingen zijn benamingen die een vergelijking inhouden
(bijvoorbeeld hond) of een negatieve eigenschap weergeven (bijvoorbeeld
lui). De combinatie is vaak het meest expliciet (bijvoorbeeld luie hond).
Ook ziektes zijn gewild bij de schelder, zoals in de woorden kankerkop
en teringlijer. Natuurlijk komt ook het seksuele aspect bij deze vorm van vuilbekkerij
om de hoek kijken als het onderwerp van de beschimping wordt uitgemaakt voor
hoerenjong, dan wel ruigpoot of nog directer voor trut of klootzak.
Een scheldwoord moet wel als zodanig herkenbaar zijn. Wie voor een straat
wordt uitgemaakt, haalt zijn schouders op. Tot hij merkt dat het betekent dat
je over hem heen kan lopen.
De oorspronkelijke betekenis van een scheldwoord kan het wel eens afleggen tegen
de toegevoegde krenkende waarde. Het woord hoer, dat een scheldnaam
is voor een ieder die tegen betaling een ander aan seksueel gerief helpt, is
afkomstig van het Latijnse woord voor beminde en had dus oorspronkelijk geen ongunstige
betekenis.
Je hebt gradaties in scheldwoorden. Wie een flapdrol wordt genoemd
zal zich wellicht minder beledigd voelen dan degene die voor laffe schijtbak wordt uitgemaakt.
Als van iemand gezegd wordt dat het een bastaard is, wordt dat
als een beledigende kwalificatie opgevat. Wie naar de oorsprong kijkt, begrijpt
direct waarom: kind verwekt op
een pakzadel (latijn: bastum),
dus een onecht (niet in de echt/huwelijkse staat) verwekt kind. Hoeveel liefelijker
klinkt dan het woord speelkind, dat echter precies dezelfde betekenis heeft.
Een etter of etterbuil is een snoodaard die de vergelijking met het
stinkende pus van een wond verdient. Een aterling is ook een onverlaat.
Het deel ater heeft te maken met etter in de betekenis van venijn. Volgens de verschillende
woordenboeken had het vroeger de betekenis van bastaard, maar dan zo
mogelijk nog vuiler verwoord. Het is nu in onbruik geraakt en menigeen kijkt
niet begrijpend als het naar het hoofd wordt geslingerd. Moet het in ere worden
hersteld? Zijn scheldwoorden de moeite van het bewaren waard? Ach, dat zijn
vragen van een idioot.
Willem Bilderdyk (1756-1831) schreef ronkend melodisch. Hier een fragment van een gedicht uit 1823 Aan den Koning.
...
't Onzinnig wangeslacht
van gruwbare aterlingen,
Gewend naar Frankrijks fluit of Duitschlands lier te springen,
Met al de hef eens volks het zwaard der wet ontvlucht,
En dat zich toevlucht zocht in Neêrlands vrije lucht,
Of op den rijken schat van Hollands zegen vlamde,
Met wrokkend achterkroost dat uit verraders stamde,
Vereend in 't zelfde doel, met dwazen, zwak van hoofd,
En, wien de menschlijkheid in 't hart was uitgedoofd,
Verleidde de eerzucht, steeds in jeugdig bloed aan 't koken.
Zie daar den Staat gesloopt zijn band van één gebroken!
...