Dagwoord: Abel
Op mysterieuze wijze is het bijvoeglijke
naamwoord en bijwoord abel ons ontvallen. In het huidige taalgebruik komt het
nauwelijks nog voor. Het woord is vrijwel synoniem aan de twee meest gebruikte
betekenissen van 'knap'. Deze voorbeeldzinnen geven dat aan: "dat heb je
knap/abel gedaan" en "zij is een knappe/abele meid".
Het woord abel bestaat weliswaar nog als voornaam (wie kent niet het prachtig
belerende bijbelverhaal over de brute moord van Kaïn op Abel), maar niet
meer als bijvoeglijk naamwoord. Onbegrijpelijk!
Jacob van Lennep, die leefde van 1802 tot 1858, was ook deze mening toegedaan.
In zijn levenswerk over Joost van den Vondel, twaalf delen dik, schrijft hij
het jammer te vinden dat dit woord niet meer in zwang is. Het Woordenboek der
Nederlandsche Taal noemt de klacht van Van Lennep "te recht", maar
kan ook niet anders dan constateren dat het nog maar nauwelijks voorkomt, net
als de afleidingen 'abelheid' en 'abelijk'. Liefhebbers van oude literatuur kennen
nog wel de 'abele spelen', waarmee vier ernstige en wereldlijke toneelstukken
uit de veertiende eeuw worden aangeduid. Helemaal zeker is het niet, maar 'abel'
zou hier vooral op het schone van het toneelspel duiden.
Een enkele schrijver
in de negentiende eeuw heeft nog geprobeerd het bijvoeglijk naamwoord 'abel'
voor volledige uitsterving te behoeden, maar met niet veel resultaat. Wellicht
zit het probleem in het gegeven dat 'abel' ook als eigennaam gebruikt wordt.
Overigens is die voornaam Abel uit het Hebreeuws afkomstig en betekent iets
als 'vergankelijkheid'. Het woord 'koen' heeft met het zelfde bestaansprobleem
te maken. Er zijn meer dappere, dan koene kerels, ondanks de fraaie alliteratie.
Koen is eveneens een voornaam. Het woord 'frank' is ook niet echt populair.
Alleen in combinatie met 'vrij' wil iemand nog wel eens frank wezen. En ook
Frank is een naam. 'Klaar' als bijvoeglijk naamwoord komt vrijwel alleen in
combinatie met 'wijn' voor. Het is dan 'klare wijn' die geschonken moet worden
(door Klaar de dienstbode). Zoiets geldt eveneens voor 'rein'. Dichters hebben
het nog wel eens over een rein hart of dito gedachten, maar in de dagelijkse
taal wordt eigenlijk alleen maar over 'schoon' of 'zuiver' gesproken.
Ook Frans is een naam én een bijvoeglijk naamwoord, maar dat woord heeft
niet aan populariteit ingeboet. Misschien omdat 'Frans' van de Fransen in Frankrijk
is afgeleid en dientengevolge met een hoofdletter moet worden geschreven?
Is hier een wet ontdekt die bepaalt dat eigennamen altijd bijvoeglijke naamwoorden
met een afwijkende betekenis verdringen? Het is niet te hopen, want Jacob
van Lennep en steller dezes willen 'abel' terug. Als we eens beginnen met het
op het juiste moment uitdelen van complimentjes: lezer, wat bent u abel en wat
ziet u er abel uit!
Hubert Korneliszoon Poot (1689-1733 - die van het beroemde grafschrift van De
Schoolmeester: hier ligt Poot
/ Hij is dood) ging ons voor met
"EEn abel Nimfelyn,
dat d'eêlste schoonheit tart".
Het is de eerste regel van het gedichtje 'Klagt' uit zijn 'Mengeldichten'.