Dagwoord: Aamborstig

5 van de 40 delen wntMatthias de Vries (1820-1892) is een van de grondleggers van de huidige spelling van het Nederlands. Samen met Lammert Allard te Winkel is hij ruim anderhalve eeuw geleden begonnen aan het 'Woordenboek der Nederlandsche Taal', dat zich het grootste woordenboek ter wereld noemt. De spelling De Vries-Te Winkel was weliswaar speciaal voor dit boek ontworpen, maar werd al gauw door België als de officiële spelling aangewezen. In Nederland gebeurde dat pas negentien (!) jaar later. De redactie van het WNT heeft latere wijzigingen (mensch/mens) genegeerd om enige spellingsconsistentie in de 147 jaar durende arbeid te kunnen handhaven. Het WNT bestaat uit 43 delen, telt 45.000 pagina's en beslaat de periode van 1500 tot 1976. Nieuwe woorden uit het internettijdperk (bijvoorbeeld 'e-mail') zijn er niet in te vinden, ondanks drie aanvullingen van enkele jaren geleden. Deze De Vries bespreekt in de eerste jaargang van de Taalgids, 1859, onder het kopje 'Woordafleidingen' enkele termen en uitdrukkingen. Eén daarvan is 'aamborstig'. Na een uitvoerige uitleg dat 'borst' niet altijd 'boezem' of 'borstkas' betekent, maar 'gebrek' (denk aan 'barst') schrijft hij:

"Is ademborst niets anders dan ademsgebrek, en ademborstig of aâmborstig heet hij die gebrek aan adem heeft ten gevolge van physische oorzaken, in zijn gestel aanwezig. Maar even als wij boven zagen, dat de beteekenis van amechtig eene wijziging onderging, omdat men onwillekeurig aan adem dacht; zoo werd ook aâmborstig, toen eenmaal het oude borst voor gebrek in onbruik geraakt was, door de zeer natuurlijke bijgedachte aan de borst of den boezem, allengs min of meer gekleurd, zoodat niet meer het gebrek aan adem op den voorgrond bleef staan, maar de voorstelling eener benaauwde borst hoofdgedachte werd. Doch ook hier heeft het licht der geschiedenis gestrekt, om het verduisterde woord in oorspronkelijke helderheid voor ons bewustzijn te doen herleven".

Een tijdgenoot van De Vries, Johannes Kneppelhout, beschreef onder het pseudoniem 'Klikspaan' het Leidse studentenleven. Een dame aan het toneel karakteriseerde hij als: "een uitgemergeld knekelhuis met een aamborstig gegiegaag".